Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 144

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 144

3 minuten leestijd

132

En dat nu doorzwoegde uw Heiland. Hij dieper dan iemand. Hij alleen in al zijn diepte van bitterheid en doodelijke benauwing. Hij was niet slechts „eenzaam" maar zijn ziel was „zijn eenzame." Met enkel omdat niemand bij hem was en niemand hem ondersteunde, maar meer nog omdat niemand hem verstond of begreep. Heerlijk, het is zoo, hebben de Apostelen later in de verzoening onzer zonde door het Bloed des kruises gejubeld; maar wat, wat bidde ik u, heeft een Petrus toen Jezus in Gethsémané worstelde of aan het kruis kermde van het dragen van een toorn Gods verstaan ? ;

Soms overvalt ook onze ziele iets van dat weemoedige zielso, eenzame ; als er in onze omgeving geen toon is die weerklank geeft op het roepen van ons hart; als elke klacht, die we als een rave uit de arke onzer ziel uitlaten, wel vliegt en fladdert over de wateren des levens om ons heen, maar straks tot onze eigen ziel terugkeert, zonder een plek voor het hol van haar voet gevonden te hebben. smeeken Dan dorsten we naar sympathie, en ze is er niet. om een vriendelijk woord uit het hart, en er is niets dan stroefheid om ons heen. Koperen muren van rondsom. Eindelooze holten en leegten van alle kanten. Green woord dat ons goed doet. G-een toon die ons de liefde des medelij clens gunt. Yan ons bitter lijden geen verstand, geen besef, geen gevoel En toch, hoe diep dan onze ziel ook onderduikt en dreigt te versmoren in haar doodelijke benauwing, toch is het voor een kind van God nooit een eenzaamheid als eens Jezus doorworstelde. Zoo dikwijls we opgaan naar den heiligen Disch roept onze kerk in haar formulier aan al haar kinderen zoo hartroerend toe „Die van zijn God verlaten wierd, opdat wij nimmermeer verlaten zonden

We

:

worden! 11

En dat roepen van het heilig N" achtmaal klinkt na, ook als we in de eenzaamheid nederzitten en het heimwee naar sympathie ons hart saamwringt. Voor ons is er in onze eenzaamheid altoos onze Heiland, wiens eenzame eens zoo onuitsprekelijk verlaten wierd om onzent wil.

Maar voor hem was

er in dit

eenzame

niets.

Om

onzentwil was door den vloek alles voor hem afgesneden. Zelfs zijn Vader die in de hemelen was. En al wat hem bleef was „het geweld des honds", d. i. van den schandelijk geworden mensen, die in die eenzaamheid en in die zielsbenaüwing den heilige Gods nog aan dorst kelten en aan dorst bassen. o,

Uw

Heiland heeft zoo onnoemlijk diep geleden, toen

hij

alleen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 144

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's