Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 138

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Jezus ontslapen - pagina 138

3 minuten leestijd

128

kind v;m

(GrO(i

leeft tegelijk in die twee

werelden en in die twee

eeuwen; en inleven en zieh indenken in die twee tegelijk is iets, waartoe hij alleen door genade bekwaamd wordt. Eerst door bijzondere genade komen die twee bij hem in zuiver evenwicht. Veelal echter ontbreekt die genade. En zoo vindt ge dan onder de kinderen Gods aan den éénen kant dezulken, die rijk en vol inleven in deze wereld: nu niet in zondigen, maar in edelen zin; doch die het inleven in de „toekomende eeuw" en in de „toekomende wereld der heerlijkheid" zoo goed als niet kennen. Ze weten wel dat die eeuw en die wereld komt, maar ze stellen het inleven daarin tot later uit.

Anderen daarentegen onder Gods kinderen vervallen in de tegenovergestelde eenzijdigheid. Ze sluiten zooveel mogelijk het oog voor deze wereld, om zich schier eeniglijk bezig te houden met de „toekomende eeuw". In het klooster, dat geheel van deze wereld afsluit, vindt dit streven en deze neiging haar voleinding. Evenwicht is noch bij de eersten noch bij de laatsten. Veeleer is de balans bij beiden geheel doorgezwikt. Bij de eersten is de schaal van deze eeuw omlaag, en die van de toekomende eeuw zweeft in de hoogte. Bij de anderen daarentegen is de schaal van deze wereld geheel uit het gezicht, en alleen de schaal van de wereld die komt, voor hun oogen. Zoo is het nu bij zoovelen en zoo dreigde het reeds te worden in de kerk van Efeze toen Paulus nog leefde. En daarom schrijft Paulus aan die kerk, dat hij dag aan dag voor de heiligen van Efeze bidt, opdat hun de bijzondere genade mocht verleend worden, om niet alleen in deze wereld naar Gods heiligen wil te verkeeren, maar om tegelijk zoo „verlichte oogen des verstands" te verkrijgen, dat ze een klaar en helder inzicht daarin mochten erlangen, „welke zij de hoop zijner roeping, en welke de rijkdom zij der heerlijkheid van zijn erfenis, in de heiligen." Die bede van den apostel moest uit de gemeente voortdurend naar God opklimmen. Ze moest rusteloos onze eigene bede zijn. Immers die bijzondere genade is voor ieder onzer onmisbaar, en ook deze genade schenkt God zijn heiligen alleen, zoo ze hem daarom, met hartelijk zuchten, voortdurend bidden. ,

„De hoop van

zijne roeping" doelt niet op de roeping fcoi bekeering. Aan deze roepstem van uw God is door u gegeven toen ge geloofd en u bekeerd hebt. De hier

geloof en

gehoor

,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 138

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's