Afgeperst - pagina 24
QUID PRO QUO.
20
waar het zulke vraagstukken betreft, althans een wat zachtere houding aanneemt dat men althans voor ernstige bezwaren dezerdat men althans arguzijds een woord van waardeering hebbe menteere en reden tegenover reden stelle dat men niet doe wat ;
;
;
nu
reeds
herhaaldelijk
zoo
volo,
geschied
is
mijn verklaring
is
;
en
en dat
jubeo
sic
zich niet beroepe
op
verklaart
men
:
sic
van de Heeren Van Asch van Wijck en Idenburg, niets met de zaak te doen hebben, omdat hun verklaringen die hier de quaestie, die het thans gold, niet raakte, daar deze in de verklaringen
was opgeworpen." Toen bleek, dat zelfs de Ministereen bedoeling toedichtte, die lijnrecht in strijd was
dagen dier verklaringen nog
Doch
hierbij
President mij
ik
liet
niet
het niet.
door mij gesprokene, heb
met het
ik
bij
mijn repliek tegenover
deze fabelachtige voorstelling nogmaals mijn duidelijke bedoeling
voren
naar
Hand.
gebracht.
Zoo
pertinent
Men
kan het lezen op
mogelijk
verklaarde
blz.
1117 van de
toen
ik
:
„Er
is
mij
hooge mate een van de Ministers zou en gekrenkt, dat ik met name aan den Minister van Kohebben loniën zou hebben verweten, dat hij de antirevolutionaire beginDaarvan is door mij geen zinsnede, selen zou hebben verzaakt. geen zin, geen woord, geen letter gesproken." Daarop las ik mijn verklaring nogmaals letterlijk voor, en ging toen aldus voort: „Wat blijkt hieruit dus ? Dat ik gepoogd heb, gevaren van het Kabinet aftewenden, en te waarschuwen voor een gevaar dat kon ten laste gelegd, dat ik in
Wanneer
komen waarnemen, dat
ik zal
er,
toch
niet-bevredigdheid
lijke
of een
ik
aan
niet
alle
zijden in onze kringen kan
zeggen ontevredenheid, maar dan
heerscht
....
is
het dan een vijande-
vriendschappelijke daad, wanneer
ziende, hier in de
Kamer optreed om
dat gevaar iner tegen te waarschuwen ?" ik,
„Wat dan ook ik in dezer voege was niet het zakelijke. Wanneer de ik ben het met Minister van Koloniën eenvoudig gezegd had niet lijn op dat had eens, ik ga een andere uw gevoelens natuurlijk niet kunnen deren. Maar het was de wijze waarop En
nog
duidelijker
hinderde
en
besloot
:
ontstemde,
:
—
wij te
behandeld pas.
En
tegenover
ik
alle
zijn,
zeg
die ons zeer heeft gedaan. dit te
andere
Die
kwam
niet
meer, omdat de Minister van Koloniën
partijen
optrad zacht, vriendelijk en
lief,
twee leden van zooals we dit van hem gewoon zijn, en de antirevolutionaire partij waren die, toen ze optraden, beiden den wind van voren kregen". het juist
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's