Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 56

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 56

2 minuten leestijd

44

Maar

niets stuit

meer de satanische drijfkracht van het woelende

kwaad.

En nu spaart Cajaphas uw Jezus zelfs het bitterste niet, en werpt hem in volle vierschaar het „meineedig" tegen. En ook dien giftigsten druppel uit den bitteren beker moet uw Jezus indrinken. Wat u zelf nooit overkomen

is,

is

uw Heiland

in de vierschaar

aangewreven. Gij, die u Messias des levenden Gods.

"Wij,

die ons allen

noemt,

een meineedige voor de vierschaar

van deelgenootschap aan de leugen,

al

ware

slechts in haar uiterlijken vorm bewust zijn, we kunnen ons zelfs niet voorstellen, hoe zulk een niets sparende lastering de ziel van Jezus moet geschrijnd hebben, hem in wien zelfs de minste

het

gedachte aan wat onwaar, of tegen waarheid ingaande was, nooit had kunnen opkomen. Als een eerlijk man, door verwikkeling van zaken te doen krijgt met een lage bende van leugen noch meineed ontziende bedriegers, stuit hem de aanraking met zoo hinderlijke omgeving reeds tegen de borst. Hij voelt, dat hij onder dezulken niet thuis hoort. Al wat in hem is komt tegen zulk liegen en bedriegen op. En hij dankt God, als hij er in slaagt, zich hoe eer hoe beter uit zooveel menschelijke zelfverlaging los te warren. Wie het onderging leed er onder, en prijst zich gelukkig als hij er aan ontkwam. En is het dat een dier ruwe bedriegers, hem, als eerlijk man, nog een eed durft afvergen, en dan nog op den koop toe, hem van meineed durft verdenken, dan keert hij zich met weerzin en met walging af van wat beneden zijn eerlijk hart staat, en hem den blos van toorn op het aangezicht jaagt. En dit gold dan nog een zondig mensch, die straks zelf voor God op de knieën zijn zonde belijdt. En wat moet zuik een krenkende zielsmishandeling dan niet voor uw Jezus geweest zijn! Yoor hem, wiens wezen zelf door alle leugen geschrijnd werd, die van alle leugen pijn had, zooals wij zondaren dat alleen in zeer gruwelijke gevallen hebben. Wat moet het voor uw Jezus niet geweest zijn, zich aan den leugengeest van zulk een verlaagde priesterschaar te zien overgegeven! Door hen, hij de Zone Gods, als ware hij een gewoon boosdoener, op een eed te worden gevergd? En waar hij zich tot dien eed nog leende, onder schel geroep, als een man aan inemeed schuldig met den vinger te worden aangewezen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 56

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's