Afgeperst - pagina 45
HET GELE GEVAAR.
41
het zeer wezenlijk gevaar, dat een te sterke Chineezen-inimigra-
met zich brengt. Dat ook onze vaderen dit hebben geacht, toonen de Indische ordonnantiën, en de heer Sandick wijst er zelf breedvoerig op, hoe nog in later tijd de heer Mr. Margadant en Mr. D. Fock bleven waarschuwen. Zelfs de heer Mr. P. H. Fromberg, in zijn „De „Het zal wel waar zijn, Chineesche beweging op Java'' erkent dat Chineezen van de omstandigheden geprofiteerd hebben" wat hij dan verontschuldigt met een beroep op de hebzucht als ontegenzeglijk
tie
gevaar
niet
licht
:
ingeboren trek van de menschelijke natuur, heele
van
emancipatie
Sandick neigt hier
de
Chineezen
om
voorts voor alge-
te pleiten.
Ook de
heer
en staat lijnrecht over tegen de vroegere
toe,
den Chinees een bloedzuiger van den Javaan zag maar hoe vrijgevig hij ook de positie van de Chineezen in onzen Archipel wil regelen, toch stelt ook hij den stelligen eisch opvatting,
die
in
;
dat verdere immigratie van Chineezen op Java niet moet
Wat
toegelaten. z.i.
uit
worden
Fiekkien en Kwantong naar Java komt,
zijn
meest
„arme, berooide, weinig ontwikkelde immigranten, en
geen
elementen die kunnen medewerken aan de geestelijk-
dus
materieele opheffing van den Javaan" (p. 195).
De heer Scheurer, legde er niet minder dan de heer Van Hoogstraten de Chinees teert op den Javaan. „Wanneer men, in Indie komt, zal men zien dat de eerste de
Breeder behoef die Indië kent,
nadruk op, dat zoo
sprak
hij,
beste Chinees,
al
ik hierover niet uitteweiden.
heeft
hij
slechts een kapitaal van
f
25.
— waar-
den eenvoudigen Javaan exploiteert, die hem hij alles achterna draagt". Zelfs verweet hij aan de heeren Thomson CS. „Zij hebben een pleidooi gevoerd voor den kapitalist het zij mij vergund op te komen voor in Indie, den Chinees
mede
handelt,
:
;
den arme, den niet-kapitalist, den inlander".
overvloede wat
Deel
blz.
I,
Chineezen
ook hier Gastvrij,
in
in
's
Lees en herlees ten
heeren Colijn's prachtwerk Nederlands Indie,
270—281, door Dr. Hendrik P. N. Muller over de onzen Archipel ten beste werd gegeven, en ge zult
soortgelijk
maar
oordeel
vinden,
als ik zelf ten beste gaf
steeds voorzichtig!
Het aangevoerde volstaat dan ook
Van Hoogstraten
volstrekt
in
zijn
om
te
bewijzen, dat de heer
opinie niet alleen staat
veeleer de overgroote meerderheid der Staatslieden, die
in
;
dat
het Chi-
neezen-vraagstuk onder eigen verantwoordelijkheid een beslissing
hadden
te
nemen, zich met hem op soortgelijke
lijn
bewogen en nog
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's