In Jezus ontslapen - pagina 71
61
gevolge ook de verhouding tusschen ziel en lichaam onklaar is geworden. Dit nu is niet te herstellen, of ziel en lichaam moeten eerst uit elkander worden genomen. Vandaar de scheiding, die bij den dood intreedt. En vandaar dat wie goed staat, naar die scheiding verlangen moet. Immers door die scheiding gaat de weg tot hereeniging in heerlijke harmonie.
Doch dan moet ook ons lichaam voor ons een afdruk van onze ziel in het zichtbare zijn. Alle gedachte, alle kracht, alle werking, alle toeleg moet dan in de ziel huizen, en uit de ziel naar buiten pogen te dringen; en ons lichaam moet dan aan onze ziel zulk een instrument, zulk een orgaan, zulk een bewerktuiging bieden, als zij noodig heeft, öm die gedachten, die werkingen, die krachten naar buiten te doen uitkomen, ter bereiking van het door haar beoogde doel. De ziel moet dan in de centra van ons zenuwleven aan dat zenuwgestel raken. Ze moet door dat zenuwgestel in staat zijn, gewaar te worden wat er buiten haar omgaat. En evenzoo, om door die zenuwen haar innerlijke beweging op haar lichaamssfeer eerst, en dan op de wereld buiten haar over te brengen. Niet ons oog ziet dan en niet ons oor hoort maar het is onze ziel die ziet en hoort, door het venster van ons oog en door de telefoon van ons oor. Als iemand van zichzelven valt, dan is hij weg, en moet hij weer bijgebracht worden. Maar al is hij dan weg uit de waarneembare wereld, daarom is hij er toch nog. Alleen maar, zijn lichaam dient hem op dat oogenblik niet meer. Hij neemt niet meer waar, en kan niet meer door zijn lichaam werken. Doch dat hij er aldoor bleef en nog is, blijkt straks als hij weer bij komt. En ook, hij komt weer bij met precies dezelfde ziel en die ziel is weer juist wat ze van te voren was met dezelfde herinneringen gedachten verbeeldingen werkingen en krachten. Nu is dat „ weg zijn " bij het sterven niet slechts voor een oogenblik, maar duurzaam, voortgaande tot de opstandingder dooden. Maar in het wezen der zaak is het één en hetzelfde. Het lichaam doet zijn dienst niet meer. Het lichaam wordt van de ziel afgenomen. De ziel in nu zonder lichaam. Maar daarom blijft de ziel dezelfde met haar bewustzijn, met haar verbeeldingsvermogen, met haar innerlijke drrjving en werking en kracht. ,
,
,
,
,
,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's