Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 24

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 24

2 minuten leestijd

12

Maar de eere van liet te mogen doen, het voorrecht er toe verwaardigd te worden, was boven alle schatting uitnemend. Jezus zelf sprak het uit, dat van de daad, van het heerlijk voorrecht van die vrouw, de heele wereld door zou gesproken worden. En toch, als ge het haar benijden mocht, ge zoudt het haar benijden, niet om uw roem de wereld te zien doordragen, neen, maar om zoo heerlijke daad, in zulk een oogenblik, aan uw Jezus te hebben mogen volbrengen. Dat is voor die vrouwe de heerlijkheid geweest. En daarom jubelt ze nog, jubelt ze eeuwiglijk: „Ik heb mijn Heiland mogen zalven voor zijn dood." Doch

let

nu op wat Judas, de

verrader, sprak.

Ook

dat droeg

zich toe onder hooger bestel.

sprak van de armen. Niet om die armen, maar omdat die aan Jezus bewezen, hem vlijmde in zijn ontrust geweten, ontrust door zijn broeden op verraad. Maar dit biijft dan toch, dat Jezus zijn woord opnam, en het den zijnen door alle eeuwen toeroept De armen hebt ge altoos Hij

eere,

:

met

u.

En

ook dat woord heeft Jezus' kerk verstaan. ze niet als die begenadigde vrouw Jezus kon zalven, heeft ze, met iets van de aandrift van haar liefde in het hart, voor Jezus in zijn armen haar gaven geofferd. Christelijke armenverpleging is met geestdrift zijn kostelijke nardus te gelde maken om Jezus' wil. Grij dan, die die vrouw benijden kondt, vergeet de armen van uw Heiland niet. Ga ze niet voorbij, die hij u achterliet. Sprak hij niet: Voorzoo veel gij dit aan één mijner minste broederen gedaan hebt, zoo hebt ge dit mij gedaan?

Nu

IV. „12e fiaiib die

met mij

in

En met

öcn gdjotcl indoopt," hij,

mij

antwoordende, zeide: Die de hand den schotel indoopt, die zal mij

in

verraden. Matth. 26

:

23.

Heeds de Psalmist had vanouds geklaagd: „Zelfs de man mijns vredes, die mijn brood at, heeft de verzenen grootelij ks tegen mij verheven",

en

wat den

Christus

bij

het laaghartig verraad van

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 24

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's