Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 53
41
XI. „3ft öe3tueer
u
örj
ben
telientien 45otu"
Doch Jezus zweeg stil. En de hoogepriester, antwoordende, zeide tot hem: Ik bezweer u bij den levenden God, dat gij ons zegt of gij zijt de Christus, de Zone Gods. Matth. 26
:
63.
Met op zijn woord geloofd te worden, is hard; en er schuilt grootelijks onvoorzichtige hardigheid in, zoo men, met kinderen of met dienstboden omgaande, hun zoo telkens, alsof het de natuur„Dat zegt ge nu wel, maar lijkste zaak ter wereld ware, toevoegt :
zoo
is
het niet."
Wie
zich dit aanwent,
kweekt de leugen in kind
en onderhoorigen beiden.
„Waarheid spreken", het eenig eenige is,
volstrekte en dat voor het
is
onder de tien geboden van den Sinai omdat het onder alle het
natuurlijke,
Eeuwige Wezen zelf geldt, als zijnde de Waarheid de uitdrukking van zijn Wezen zelf. Yoor God is het eerste gebod ondenkbaar. Een beeld van zichzelven heeft God gemaakt. Zijn heiligen naam kan Hij nooit ijdellijk gebruiken. Aan den zevendendaagschen Sabbat is het creatuur, maar niet God onderworpen. Gebod vijf treft het Eeuwige Wezen niet. Hij doodt alle dag het menschenkind. Hij rooft door de woede der elementen. Het achtste gebod valt vanzelf uit. Begeeren doet God al het onze. En feitelijk is er alzoo maar één gebod, dat, niet als gebod natuurlijk (want wie zou God gebieden), maar dan toch naar zijn wezenheid ook voor God geldt, t. w. het negende, het gebod der waarheid. Daarom sprak de Middelaar, zelf God zijnde: „Ik ben de Waarheid." En ook daarom heet de satan: de vader der lengen. Waarheid en leugen staan in God en den satan regelrecht tegen elkander over, en voor ons menschen geldt de heerlijkheid, dat we macht hebben de waarheid te grijpen, maar ook de schrikkelijkheid dat onwaarheid te spreken ons mogelijk is. Toch leeft zelfs in den gevallen mensch, die innerlijk door leugen vergiftigd is, de eerbied voor het schoon der waarheid nog zoo sterk, dat „leugenaar" onder menschen te heeten, in eiken beteren kring het hardste brandmerk is. Zelfs waar men dat meent, verzacht men bij zachtere zeden de uitdrukking nog, omdat het brandmerk zelf van leugenaar al te fel zou snerpen. Waarheidszin geldt alzoo voor teeken van adel der ziele. Kringen waarin „leugenaar" te heeten, geen eer meer krenken kan, daalden beneden menschelijk peil.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's