In Jezus ontslapen - pagina 126
,
116
maar storeloos vol van uitdrukking. nu eens vroom, en dan gewoon, Niets in ons hart stralende, dan Uchi
eens vol uitdrukking zijn
En
die
maar
uitdrukking zal
altoos
heilig
zijn.
,
niet
God, en niets dan de Naam des Heeren in al de tinten en lijnen van ons optreden uitgedrukt. Dan zal eindelijk wat God met ons te scheppen beoogde, bereikt en voleind zijn: en ieder gezaligde ook uitwendig niets dan Zijn glorie, maar elk op eigen wijs, openbaren. Een ieder der heiligen een verrijking van de openbaring van Gods heiligen naam. En dit nu zal niet vanzelf gebeuren. Het zal een kunstwerk van Jezus zijn. Hij is het, die ons lichaam gelijkvormig zal maken aan zijn verheerlijkt lichaam. Hij de Goddelijke beeldhouwer die ons boetseert, steeds fijner boetseert, tot er al meer van God op en in ons wezen staat uitgedrukt. En als eindelijk die uitdrukking volkomen en hemelsch zuiver wordt, dan zal de belofte vervuld zijn, dat hij op ons schreef den Naam onzes Gods. uit
XXVII.
„%e
fitten
in mijnen troon" Die overwint ik zal hem geven niet mij te zitten in mijnen troon , gelijk als ik overwonnen ,
heb, en ben gezeten met mijnen Vader in zijnen troon. il. Openb. 3 :
De laatste strijd
verzinnebeeldt de heerschappij, en zoo wordt als en hoogste eere ook dit aan hem die in dezen geestelijken overwint, toegezegd, dat hij, als eens het rijk der heer-
troon
,
lijkheid ingaat, met Christus zal zitten in zijn troon. Dat dit hoogste juist aan de kerk van Laödicea wordt betuigd bedoelt, dit spreekt vanzelf, in het minst niet, deze luisterrijkste eere tot Laödiceërs te beperken. Ook deze rijkste belofte geldt de verlosten in het gemeen. Of volgt er niet terstond op: „Wie ooren heeft, die hoore wat de Geest tot de gemeend zegt"? Toch bestaat er ook hier verband tusschen dit hoogste eereblijk
en de Laödiceesche flauwhartigheid. Nooit is de strijd moeilijker, en dus ook de overwinning hachelijker, dan waar ge leeit te midden der lauwen en halfslachtigen. Het kruis der vervolging drukt, maar prikkelt tegelijk tot weerstand. Een rauwe openbaring van zonde als onder Jezabel is gevaarlijk, maar drijft door reactie tot stil en heilig leven. Doch wat afmat, zonder
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's