Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 169
157
En
aldus nu zijnde, was hij ingegaan in het onze. In onze ellendigheid; in ons zondig en verdorven leven; in dezen puinhoop, dien we wereld; in deze ruïne, die we ons menschelijk wandelende op dien ontzettenden, ondermijnden leven noemen en onderwoelden bodem, die onder zich den vulcaan verbergt van de hel. En uit die hel steeg de walm des doods op, om vol van den toorn Gods op heel dat menschelijk leven loodzwaar te.rusten en het te verteren in vloek en doem. En terwijl nu alle anderen dat meden, daarvoor wegschuilden, en door Gods wondere genade nog beschuttingen bezaten, om zich voor een tijdlang aan die schrikkelijke, doodende vernieling te onttrekken, moest hij daar nu in ; moest hij dat willens zoeken moest hij dat alles op zich concentreeren, moest hij niet rusten, eer het diepste en bitterste van dien Dood was gesmaakt. Yan dien Dood, dat is van het sterven óók, ja, maar dan wel te verstaan van het sterven niet zoo als wij dat zien, maar van dat sterven, met zijn eeuwigen diepen kuil, die er onder ligt, met zijn helsehe benauwing, waarin het eindigt, en met al den toorn Gods tegen het onheilige, dat aan en in dien dood kleeft. De Dood, dat is tegen het Leren in, en het Leven is God; dus de dood is een vijand Gods; de dood is God op zij dringen; de en God, omdat Hij het Leven is, al. de zonde dood is zonde kan niet anders dan eeuwig toornen tegen zonde en dood in. En al zult ge het dus nooit oplossen en nooit uitleggen kunnen, LTw Heiland heeft den dood gesmaakt, of hij heeft dit staat vast '
diepe
;
;
;
:
dien niet gesmaakt. Zoo niet, waar, o, kinderen des Koninkrijks is dan uw hope ? Maar, indien wel, zeg mij dan, gij die u een verloste noemt, wat dood heeft dan uw Heiland voor u gedragen ? Alleen maar
den doorgangsdood ? en niet ook den dood in zijn diepte, in zijn helsehe benauwing, in zijn volheid van den toorn Gods? Wee u, daarvan zijt ge dus niet verlost ? dat hebt gij dan nog zelf te dragen/ Onmogelijk, niet waar, want dan ware hij u geen Heiland! Dus dat alles droeg hij voor u. Dien wezenlijken dood heeft hij gesmaakt. Dien dood, in zijn eeuwige diepte, met zijn helsehe benauwing. als inbegrip van al den toorn Gods! Maar nu dan, is zulk een dood te smaken, waaraehtiglijk en niet in schijn te smaken, zonder zich één ontzaglijk oogenblik van het leven gescheiden te gevoelen? o, Twist er dan niet over en ontheilig het heiligste niet, maar geloof. aanbid en dank voor zóó onnavolgbaar, voor zóó grondeloos erbarmen Het stond: gij of hij in die helsehe benauwing van de diepte !
des doods en der Godverlatenheden
!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's