Afgeperst - pagina 94
90
BIJLAGEN. met name op de Buitenbezittingen die nog niet voor den het den Islam vóór zijn met de kerstening. Staatsbelang is. En al kan ze nu niet zelve rechtstreeks de propaganda hiervoor voeren, toch kan en moet ze op velerlei wijze ook aan de bevolking doen blijken, dat de Christelijke Zending haar bondgenoote is. Zoo kan ze bijv. de Zending krachtig steunen, door bij voorkeur in streken waar de Zending werkt, met haar gezag zulke mannen te bekleeden, van wie ze weet, dat ze voor de Zending hart hebben. En ook kan dat
inzien,
Islam
ze
kozen,
niet
haar scholen, hospitalen en andere stichtingen steunen,
alleen
maar ook zeer wel, zoodra er zich kleine groepen van gedoopten vormen, deze als inlandsche gemeenten erkennen, en als zoodanig bezoldiging aan haar dienaren toekennen. Zeer stellig is voorzichtigheid vooral tegenover den Islam geboden,
maar nimmer mogen we ons daarom op een
neutraal, d.i. voor alle standpunt plaatsen. De Islam ontvange alle vrijheid van beweging, die aan eiken eeredienst toekomt, maar nooit mag het ontzien van den Islam zoover gaan, dat de Overheid niet voor haar religie
indifferent,
ook tegenover den Islam zou durven uitkomen.
Christelijk karakter
II.
Na
afloop
aangaf,
Minister
van
velde
ik
dit
alles
het in
debat, waarin ik bejegend werd, gelijk ik
de
Standaard
bedekkende,
over
de
houding
alles vergoelijkende,
van den
warm-sym-
pathieke oordeel
*^*
Koloniaal debat.
We
mogen den
van Koloniën gelukwenschen met de verHij stond voor een zware taak, daar hem slechts enkele maanden ter voorbereiding gegund waren, en hij begon zijn arbeid onder den min aangenamen indruk, dat de groote Pers hem onbekwaam achtte voor zijn taak. Toch mag nu reeds geconstateerd, dat deze indruk is weggenomen. Thans vond hij waardeering, ten deele zelfs prijs, van diezelfde Pers, die eerst maar al te laatdunkend op hem neerzag. Daarbij was Idenburg te vervangen, gelijk de Minister zelf opmerkte, verre van kinderspel. Nu kwam hem zeer zeker het feit te hulp, dat er ditmaal geen groot koloniaal debat is opgezet, en dat de Koloniale oppositie door het uitvallen van de H.H Van Kol en Van Deventer, merkelijk verzwakt was. Maar ook al brengt men dit in rekening, zoo blijft toch de algemeene indruk, dat de Minister gebleken is, zijn taak niet slechts aan te durven, maar ook aan te kunnen. dediging van
zijn
Minister
eerste
begrooting.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's