In Jezus ontslapen - pagina 50
,
40
Of
wilt ge. wat in den brief vaderland, staande tegenover het vreemdeling schap in de wereld hier beneden. Niet dus een oneindig ledig boven ons, en in het middelpunt van dat kille levenlooze oneindige de eeuwige God. Neen maar God in den hemel zijner heerlijkheid, en daarin, om Hem, een levenswereld die in glans en rijkdom zeer verre alle luister der aarde te boven gaat. Niet de dood van het ledige, maar de volheid van het leven om den Troon des Heeren Heeren. En in die levenswereld daarzijn,
aan
niet
de
die
op de aarde
zijn."
Hebreen heet: het
betere
,
,
boven allereerst de engelen voor ons tredend, gelijk men ook nu nog bij het binnentreden van een koninklijken hof burcht eerst de dienaren ontwaart, en eerst daarna doordringt tot de rijke levenswereld van het prinselijk huis. Dat spreken van wandelingen drukt dit nog nader uit. Het is niet enkel een gezicht op den stoet van 's Heeren lijfstaffieren die Jozua wordt aangekondigd. Het woord wandelingen drukt veel meer uit. Bij een parade mag het volk de heirscharen des konings wel aanstaren, en het schitterend schouwspel van haar verschijning en haar bewegingen wel bewonderend van uit de verte aanzien, maar het moet op een afstand blijven. In haar rangen en rijen mag niemand zich mengen. Het volk dat komt zien, en het leger dat paradeert, blijven twee. Trekt daarentegen een zegevierend leger huiswaarts, en wordt het binnen de poorten door het dankbare volk begroet dan duurt het niet lang of de scheiding valt weg en op het plein waar de wapenlast wordt afgelegd, mengt ijlings het volk zich onder de krijgers, drukt hun de hand brengt hun geschenken en welhaast heeft het volk wandelingen onder de met zegepraal gekroonde troepen. Arm in arm wandelt soldaat en burger door de stad. Dat God de Heere aan Jozua, en dus ook aan een ieder die de zalving des Heiligen heeft, wandelingen geeft onder hen die voor Gods Troon staan, duidt dus veel meer aan dan een blik op die rijke levenswereld bij God. Er ligt in, dat we voor zeker deel nu reeds in die rijke levenswereld thuis zijn, bij die wereld om Gods Troon hooren, met die wereld gemeenschap hebben dat daar ons burgerrecht is en dat we wel verre van op een afstand te worden gehouden integendeel nu reeds tot intiemer verkeer met die levenswereld ,
,
,
,
,
,
worden toegelaten.
De ervaring hiervan nu hebben we de één e maal zeer sterk, een andermaal slechts flauwlijk", en meestentijds ganschelijk niet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's