Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 100

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 100

2 minuten leestijd

88

woelende schare toch ook nog wezens zijn, die, al is het dan ook stuitend oppervlakkig-, toch iets van Jezus' lijden medegevoelen, en een traan om hem in het oog voelen komen. En dankt nu Jezus die vrouwen voor dat weenen van heur oog, of spreekt hij ook maar één woord om anderer deernis evenzeer

gaande

te

maken ?

Niets, niets er van.

Teeleer wijst Jezus die tranen, geschreid om zijn lijden af, en roept het aan die vrouwen toe: Weent niet over mij, maar weent over u zelven, want straks zal uw eigen lijden, o, onnadenkende vrouwen van Jeruzalem, zoo ontzettend zijn.

\

verrukt u in Jezus' lijden de hoogheid eener liefde, die, over eigen nameloos lijden triomfeerend, de deernis met anderer leed nog op het sterkst kon doen opwaken. Hier is meer dan het menschelijke, hier straalt iets van den goudglans der Goddelijke liefde door in het menschelijk gesproken woord, en in die liefde van uw Heiland instarend, aanbidt ge in hem uw Heere en uw Grod. En toch, iets van diezelfde heilige liefde, een naschijnsel er van is sinds Grolgotha de wereld geboeid hield, ook in enkele heiligen van ons geslacht gezien. Er zijn lijders, er zijn lijderessen geweest, die, in de gemeenschap met Grolgotha hun eigen bitter leed doorworstelend, in het eigen bange hart toch eindelijk het egoïsme van het eigen leed

Zoo

boven gekomen. Niet geheel, niet altoos, niet ten volle. Ze bleven zondaren. Maar zoo dan toch dat ze oogenblikken in hun eigen bittere smart gekend hebben, waarin ze eigen lijden en zieleleed vergetend, de deernis der deelnemende liefde, zelfs ten opzichte van hen die hun misdaan hadden, uit den wortel des geloofs in zich voelden opwaken. En dan verhieven ze zich daar niet op. Xeen, dan dankten ze daar hun God nog voor, en beleden het, eer ze in den dood wegstierven, dat het de Man van smarten was, die dat werk der liefde in hen had gewrocht. zijn te

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 100

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's