In Jezus ontslapen - pagina 19
haar geestelijke zintuigen, doch zal dan eerst met het zielsoog recht zien, en met het oor der ziel tot in het fijne toe hooren. Haar sfeer van leven zal zoo verrukkend worden uitgebreid, en in die sfeer van haar hooger leven zal Christus het geestelijk Middelpunt, al Gods engelenheir, met de heirschare zijner verlosten en gezaligden, de van leven tintelende vol-
van
heid
zijn.
Tot wat ontwikkeling, en rijkere volmaking de verloste ziel in zulk een sfeer van leven vatbaar zal blijken is de geheimenis der hemelen. Maar zeker is het, dat God de Heere dan eerst openbaren zal wat verborgen kiemen van geestelijke kracht en geestelijken rijkdom Hij in het hart van zijn menschenkind verborgen hield. Bloemen zullen dan ontluiken, waarin wij nooit het schoone vermoed hebben, keurgesteenten zullen fonkelen, wier glans ons hier zou hebben verblind. En dit alles zal genoten worden als rechtstreeksche steeds doorgaande uitstraling van Christus in het brandpunt der ziel, en een liefde, als hier de ziel niet zou hebben kunnen dragen, ,
,
,
zal het hart
voor dien Christus in gloed zetten.
En vraagt gij eerbiediglijk waar God dan blijft, en of dan toch de teederste aanbidding onzer ziel niet hier reeds, en vooral aan de overzijde van het graf, naar het Eeuwige Wezen moet uitgaan, zooals de Psalmist zong: „Ik zal mij ver,
maken met
Uw
Beeld als ik zal opwaken", let dan nogmaals er op, dat Paulus spreekt van met Christus, en niet van met Jezus te zijn. Aan velen ontging dit, en zoo geraakten ze tot een Jezusvereering, die waarlijk van het Eeuwige Wezen afleidde, en vooral vrouwen werden hierdoor misleid. Maar als ge vasthoudt aan dat „ met Christus zijn ," is dat dan niet uw God in Christus zelf bezitten? Is hij niet zelf God boven alles te prijzen, in der eeuwigheid? En als dan de verloste ziel het Eeuwige Wezen zoekt, niet in de Verborgenheid van zijn Wezen, maar in zijn Openbaring, kan ze dan God, dat Eeuwige Wezen, anders en rijker geopenbaard vinden dan in den Zoon zijner liefde? Heeft, wie Christus heeft, dan den Vader niet in hem, en is het niet in dienzelfden Christus dat alle toenadering van God den Heiligen Geest ons toe-
komt? Buiten
Christus
is
het alles
donkerheid en verborgenheid,
in Christus is, als we ons zoo mogen uitdrukken, het kristallijnen venster geopend, waardoor de vrijgemaakte ziel in
maar
de diepten van het Goddelijk
Wezen
inschouwt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's