Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 200
188 hebben, niet in de toevalligheid dat zulk een Borg zich onzer ontfermde, maar heel anders in het eeuwig voornemen Gods, om ons in Christus' lichaam in te lijven. Omdat hij, de Christus, en met hem, zijn lichaam, en in dat lichaam elk lid, dat er één plante meê wierd, geheiligd is, daarom rust de ziel in haar Heiland met een eeuwige ruste, en veel hooger zekerheid nog dan een schuldenaar in zijn aardschen borg vindt, vindt de ingeplante ziel in den Borg des beteren Verbonds, d. i. in Christus. En dat nu die Borg betaald heeft, ligt niet aan uitwendige, toevallige, willekeurige borgstelling, maar daarin dat die Borg Priester is in eeuwigheid. D. w. z. dat die eeuwige Hoogepriester de tvezenlijke offerande heeft gebracht, de offerande op éénmaal, en dat hij eeuwiglij k bij God leeft, om de vrucht van die offerande heerlijk te doen uitstralen, daardoor dat hij leeft, leeft om voor ons te bidden. Zóó nu komt de verlossing niet uit juridieke borgstelling, maar uit het heilig priesterschap, en dat deze priesterlijke dienst van den Middelaar het karakter van borgstelling erlangt, ligt daarin, dat Jezus niet als Aaron priester is in een voorbijgaand verbond, maar priester is in een duurzaam en eeuwig blijvend verbond, en daarom dezelfde volkomenheid van vrede, en ontlasting van schuld, en ruste biedt, die onder menschen genoten wordt, als er een borg opdaagde, die den schuldeischer ontwapende en den schuldenaar aan zijn vervolger^ onttrok. zalige
dus niet Jezus mijn Priester, en nog mijn Borg horendien. is Jezus uw Priester, uw Hoogepriester, uw Verzoener door zijn eigen offerande, en in dat Priesterzijn, en in dat brengen van zijn eigen offerande tevens uiu Borg, alleen hierom omdat zijn priesterschap niet voor een tijd, maar eeuwiglijh durende is, en aldus alle schuld vernietigt, de verzoening volkomen en altijd blijvende maakt, en juist daarin u een nog volstrektere zekerheid van ontkoming en vrijmaking biedt, dan onder menschen in den borg, die betaald heeft, en op ons niets verhalen kan, zich belichaamt. En dat nu is de vorm, is het woord, is de uitdrukking, die de Schrift zelve ons op de lippen legt, om aan dat zalig besef van vrijmaking en verlossing uiting te geven. Wie Golgotha verstaat en doorziet, en doorziet tevens wat de bediening van Christus' Priesterschap is in het heiligdom daarboven, en de vrucht hiervan voor zijn eigen ziel plukte, en die nu door den Heiligen Geest aan zijn eigen ziel weet toegepast, zoodat hij met Paulus roemt: „Ook ik, gerechtvaardigd door het geloof, heb nu vrede bij God, niet door mij zei ven, maar door mijnen Heere Jezus Christus", komt daarom altoos weer op die zalige belijdenis Jezus mijn Borg terug.
Het
is
Neen, het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's