Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 150

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Jezus ontslapen - pagina 150

3 minuten leestijd

140 lijden die tot

en

sterven

God gaan,

des Heeren, dat hij met ééne offerande allen in eeuwigheid volmaakt heeft.

Het eeuwige

ligt juist in dat niet meer veranderen. „Eeuwig leven dat niet meer wisselt. Het eeuwige staat tegenover het tijdelijke. En wat is tijd anders dan de polsslag van het steeds veranderende. Uren. dagen, weken, maanden, jaren, altoos na den avond de morgen, na den dag de nacht. Maar dat juist bestaat in het Vaderhuis niet. zal het geen nacht meer zijn." Dus ook geen morgen. „ Daar En zon en maan zullen geen teekenen meer zijn, want God en het Lam zullen het eeuwige licht uitstralen, dat noch kentert noch verdonkerd wordt. Hier is het niet-blijven gelijk men is, hoogste levensregel. Wie niet met elk jaar levens verder komt, en hooger klimt, heeft dat jaar verspeeld. De zeeman jaagt op de golven voort, om de haven, waarheen hij koers zette, te bereiken; maar nauwlijks is zijn lading ontscheept, óf weer ontvlucht hij die haven om wind en baren op te zoeken. En zoo doen we allen. hunkeren naar afwisseling en verandering. Wat aldoor hetzelfde blijft, verstikt ons door zijn eentonigheid. Is niet heel ons leven een pelgrimsreize ? Altoos voort en verder. Ons spoeden naar den mijlpaal, die zich in de verte aan ons oog ontdekt om, als hij even bereikt is, hem den rug toe te keeren, en te jagen naar den nieuwen mijlpaal, die dan komt. In den morgen

leven"

is

,

We

dringen we naar den middag, om uit den middag ons naarden avond voort te spoeden, en dan in dien nacht over te gaan, die ons den nieuwen morgen moet brengen. Doch dit alles is aan de eeuwigheid vreemd. Dan geen pelgrims meer, maar aangekomen in het Vaderhuis, om er eeuwiglijk te blijven, zonder dat ooit meer het verlangen naar iets anders in ons zou kunnen opkomen. zooals Jezus zegt, „ Pilaren, in den tempel onzes Gods, om nooit meer daar uit te gaan" (Openb. 3 12). En kan het ook wel anders? Streven, trachten, verlangen naar meer is immers niet eindeloos te denken, of het doel dat men najoeg zou nooit, nooit bereikt worden, en het zou in den hemel blijven, gelijk het zoo lang hier op aarde was: nooit volmaakt; nooit, nooit de eeuwige ruste voor het hart, die voor het volk van God immers het hoogste goed is. :

Neen, een voortzetting van de hier begonnen ontwikkeling liet leven in het Vaderhuis niet zijn. Er komt in het sterven

kan

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 150

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's