Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 31

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Jezus ontslapen - pagina 31

2 minuten leestijd

,,

21 zin de zonde niet meer. Ze hebben nu zielsverdriet over hun zonde. Ze is hun een hinderlijke smet op hun kleed. Ook lachen ze tegen Satan in het aangezicht, zoo dikwijls ze zich in het middelpunt van hun geloof samentrekken, en zich in Christus geborgen gevoelen. Hoe het storme om hun heen, en storme in hun leven, en storme in hun hart, in het eind liggen ze toch aan de genadig hun geschonken geloofszekerheid voor anker. Maar in het feitelijke leven, in hun dagelijksch zielsbestaan in hun overleggingen en neigingen en daden en woorden, blijven ze struikelen en wat Paulus uitriep „ Ik ellendig mensch wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods", komt ook hun bij tijden zoo roerend diep uit het hart. En als die stemming in hen blijft, als die vurige begeerte niet maar nu en dan, bij tijden, opkomt, maar blijvende, duur;

:

overheerschende begeerte, een innig heimwee en een dan ja, begint ook het vurig zielsverlangen in hen wordt, sterven voor hen in een andere gedaante te staan, en wordt het besef in hen levendig, dat alleen dat sterven hun het

zame,

middel kan worden,

Maar

om

af

te

sterven

van de

zonde.

komt, moet er in verreweg de meesten, hun hart worden omgezet. Beluister de besprekingen maar. Er wordt een plan geopperd. Men valt er bij. „O, ja, dat plan zou toelachen. Mocht het, het zou heerlijk wezen. Maar neen, ik doe het niet. Ik ga er niet op in. Ik doe niet mede. Want het mag niet. Dus eigenlijk zou men wel willen. Men gevoelt er een sterken trek naar. Er is een onbestemde begeerte of het gebod, dat het verbiedt, niet mocht bestaan. Men zou vrij willen zijn, om te mogen zondigen. Doch men laat het uit vreeze. Men doet het niet, omdat het niet mag. Men zou wel willen, maar men wil niet, bewust en met voorbedachten rade, tegen God eer het zoover

o, zooveel in

ingaan.

En dan is men staande gebleven. Men bezweek niet in de verzoeking. Men overwon. Maar toch, de innerlijke trek was er, en de haat tegen de zonde, omdat ze zonde is, was er nog

niet.

En

dat

zondig

is,

is

het bange, het pijnlijke. Die bekoring die veel dat

nog uitoefent op ons

hart.

Meer nog. We overwonnen

l

.... doch meestal alleen als de opinie der broederen ons droeg. Als er sprake was van een zonde die algemeen onder de broederen wordt afgekeurd. Als het een ,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 31

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's