In Jezus ontslapen - pagina 195
,
185
Te verzoenen is deze tweeërlei voorstelling alleen zoo, dat, gelyk Jezus uitdrukkelijk leert, eerst het vonnis van vrijspraak over de geloovigen zal gaan, en dat ze, nadat hun vrijspraak is afgekondigd, met hem als rechters zullen zitten, om het vonnis te slaan over wie stierf buiten Jezus. Het is wel zoo, dat men gezegd heeft: „Ge moet dit alles niet letterlijk nemen en het volstaat zoo gij er slechts uit leest dat wie in Jezus ontslapen is, als kind van God, met Christus één, den zondaar oordeelt, maar ook zelf als gewezen zondaar behoefte aan openlijke vrijspraak heeft"; maar we betwijfelen of de Heilige Schrift hiertoe recht geeft. Juist toch met opzicht tot het Laatste Oordeel is de profetische teekening in de Heilige Schrift zoo scherp belijnd en zoo breedvoerig, dat elke louter overdrachtelijke opvatting is uitgesloten. Er zal een Laatste Oordeel zijn, er zal een vierschaar zitten, en er zal gericht worden gehouden. Wie dit alles verflauwt en wegdoezelt in geestelijke gewaarwordingen, doet zeer stellig aan de openbaring der Heilige ,
Schrift tekort.
Toch zullen we op onze hoede zijn, om de teekening niet onzerzijds door de vinding onzer verbeelding nader te gaan uitwerken. Dit moge de zanger en de schilder beproefd hebben, ons geloof behoort zich hiervan verre te houden. Te vragen hoe die tallooze en tallooze millioenen voor de vierschaar een plaats zullen vinden; hoe het denkbaar is dat ieders geheele leven geopenbaard zal worden; hoe eindeloos lang zulk een rechtspraak wel zou moeten aanhouden; hoe er van een publiek, voor allen hoorbaar vonnis sprake zou kunnen zijn; en zooveel meer; komt ons niet toe. Gissen baat hier niet. Al wat ons goed en noodig was te weten, is ons geopenbaard, maar de grenzen van dit geopenbaarde zullen we dan ook niet overschrijden. In de toestanden die dan intreden, zal elke verhouding zoo geheel anders worden dan thans zal de waarnemingen de gemeenschap een zoo geheel ander karakter dragen; dat ons elk begrip over wat het dan zijn zal, toch ontgaat. Wat Jezus zegt dat de menschen zelfs van elk ijdel woord dat ze ge;
,
sproken hebben, rekenschap zullen geven, gaat al ons begrijpen zeer verre te boven. En toch sta hier de vraag: Zou Jezus dit zoo stellig verklaard hebben, als het feitelijk op niets zou uitloopen ? Juist de vergeestelijking van al wat op het Laatste Oordeel betrekking heeft heeft teweeg gebracht dat verreweg de meesten ophielden met dat Laatste Oordeel als met een werkelijke ge,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's