Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 196

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 196

3 minuten leestijd

184

Het

is

kruis, dat

met de

Schrift

niet

als

nu God zou uitroepen

:

met

Wat

Pilatus' opschrift op het geschreven staat, dat staat

nu eenmaal geschreven, en daarom moet het zoo uitgevoerd. Het was niet als met der Meden en der Perzen wet, die men

om

de heiligheid der wet te verhoogen, nooit wijzigen wilde, alsof ook nu, om maar die Schrift hoog en heilig te houden, Jezus moest opgeofferd, opdat die Schrift uit zou komen. Wie het zoo verstaat, voor dien is de Schrift een fetisck, en voor dien spreekt er geen woord des eeuwigen levens uit. Nooit, nooit mag het ons om die Schrift als Schrift zonder meer te doen zijn, maar altoos eeniglijk om die Schrift als Woord van God. Om God, en niet om die Schrift, beweegt zich de historie van zonde en genade als om haar eeuwig Middelpunt; en nooit mag die Schrift om iets anders eere hebben, dan omdat in haar het woord van onzen God tot ons komt. Ook hier dus moest de Christus alle deze dingen lijden, niet alzoo in die Schrift stond, maar omdat God het alzoo ons ter leering en ons ter ontdekking, gezet, ons voorgehouden en geprofeteerd had.

omdat het in

die

De

Schrift,

niet

af

wenden noodwendigheid, dat onze Heiland, op

te

alle deze dingen moest lijden, om als voor dien die het scheert, stil en willig zijn zelfsofferande te volbrengen, lag niet in die Schrift, maar in God. Omdat God God is en niet zich zelf kon verloochenen, en omdat

wien al onze hope het schaap dat stom

Hem

staat,

is

verandering is noch schaduw van omkeering, en dat het zóó en daarom moest, dat openbaart ons de Heilige Schrift. er

bij

geen

daarom moest het

zoo,

Eenmaal had immers God

tot

Mozes in den braambosch

ge-

sproken: Ik zal zijn die Ik zijn zal, dat is mijn Naam eeuwiglij k, en in dat Jehova zijn van den Almachtige, daarin lag de noodwendigheid, dat Jezus den beker moest uitdrinken, uitdrinken tot

den laatsten droppel.

Met

wet boven God was, waaraan God de Heere zekere eeuwige wet, die ook God zou binden. Alles bepalend, maar zelf door niets dan zich zelf bepaald, is er in God geen moeten, dan dat opwelt uit zijn eigen Wezen. Tegen dat hoogheerlijk en heilig Wezen was onze zonde ingegaan, en tegen die zonde werkte, opdat Hij zich zelf, d. i. God, zou alsof er een

onderworpen zou

blijven,

zijn

zijn,

Goddelijke toorn met

al

het wicht zijner almachtig-

heid in.

En hieruit kwam dat bittere, dat ontzettende moei en, dat liet niet anders kon, of uw Jezus moest alle deze dingen lijden. Er was voor hem geen ontkomen, opdat er ontkoming roer u zou

zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 196

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's