Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 55

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 55

3 minuten leestijd

43

van tweeën één. Voor dien eed zult ge bezwijken, en daarmee uw leugen bekennen. Of wel ge zult zelfs voor dien eed niet terugdeinzen, maar dan ook aan meineed en godslastering schuldig staan, en nog dieper wegzinken, dan gij dusver door uw valschelijk voorwenden van Zone G-ods te zijn, reeds deedt." Zóó was metterdaad dat vergen op een eed bedoeld. Jezus moest er voor zwichten en bezwijken, of zelfs den meineed aandurven. Yandaar dat toen Jezus gezworen had, Cajaphas opvloog, zijn Hij heeft God gelasterd, om tabbaard stukscheurde en uitriep opstaande van zijn zetel, met al de leden van het Sanhedrin, op den meineedig gewaanden Jezus aan te vallen, en hem te stellen tot het mikpunt van allerlei ruwheid en spot. zelf

:

Yoelt ge nu wat grievende krenking, en daarin wat verscherping lijden, die opvordering op den eed, en die onmiddellijk volgende aanklacht van meineed, voor uw Jezus zijn moest? Ook u valt het hard, als men u op een eed vraagt, want elke eed dien men u afvergt, toont, dat men u in staat acht buiten eed onwaarheid te spreken, en de leugen boven de waarheid te verkiezen. Maar op u rust die last, omdat ge zondaar zijt. Ook gij voelt er wel het krenkende van, maar ge buigt er u onder, om uwer zonde wil. Doch wat gansch andere gewaarwording moest het dan niet in de ziel van Jezus wekken, tot een eed te worden opgevorderd, waar nooit zonde in hem was, en de waarheid zelve in hem was vleesch geworden. Tot een eed te worden opgevorderd niet in burgerlijk geding, niet in zake van getuigen, maar in de geestelijke vierschaar van Grods huis, in het midden der zijn priesterschap afschaduwende priesters, en dat nog wel in zake zijn eigen persoon en wezen, zijn zending van Godswege als Eedder en Yerlosser der wereld, zijn ambtsbestaan als Zone Gods. En toch uw Jezus ondergaat ook die vernedering willig. Hij weigert niet. Met die nederbuigende liefde, waarmede het Eeuwige Wezen, onze menschelijke zwakheid tegemoet tredende, zelf met eedzwering zijn woord, ons ten behoeve, bevestigde, gaat ook uw Jezus voor het Sanhedrin tot den eed over. Nooit zichzelven, altoos u zoekende, betuigt hij, den eed opne-

van

Gij hebt het gezeefd. Ja, als om het schrikkelijke dat komen kon, het verkrachten van zijn eed in meineed, nog van het schuldig hoofd van Cajaphas af te weren, voegt hij er waarschuwend bij, dat zijn oordeel komende is. „Yan nu aan zult gij zien, den Zoon des menschen zittende ter rechterhand Grods, en komende met de wolken des hemels."

mende

:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 55

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's