Afgeperst - pagina 71
WAT machtig
te
IN AZIË
67
BROEIT.
worden, maar even onverbiddelijk om,
is
eenmaal
dit
„und hat der Mohr seine Schuldigkeit getan", zich van ons te vervreemden en uittegaan op zelfstandigmaking van Indie en op nadere aansluiting niet aan ons, maar aan de Aziatische Groot-machten. Zeker, ze willen associatie, maar uitsluitend om partij van ons te trekken en hun voordeel te doen met wat wij op doel
dit
bereikt,
oogenblik meer dan
machtig kunnen worden.
zij
bezitten en
En nu weet
wat ze door ons ook zelven ik wel,
dat
men
zich ver-
zoo eeuwigen dage tot onderworpenheid aan ons gezag zou willen doemen. Ook in hun toekomst kan een belofte van vrijmaking verscholen liggen en steeds moet onze voogdij er op pupil eenmaal tot meerderjarigheid en zijn ingericht, om den daarna tot zelfstandigheid op te leiden. Doch nooit mogen we ons bij het staren in dit verschiet aan valsche overwegingen van rasassociatie overgeven, en, zal eens Indie vrij worden, dan moet het niet zijn verarmd en verdord door een allen geest degenereerend Radicalisme, maar opbloeiend onder en verrijkt met het zou
grijpen
men hen
aan
het bestaansrecht van de volken in Indie,
ten
nooit verouderd altoos verjongend, eeuwig-jeugdige Evangelie.
Ter
bereiking
van
dit laatste
nu
is
het niet eens noodig, dat
Overheid haar opvoedende taak overdraagt, in eigenlijken zin een Zendingsschool zij of van een geordende missie uitga. De school voor meisjes uit den de
Christelijke
school,
waarop
de
Javaaanschen adelstand te Djogja staat op zichzelve en is niet door de missie gesticht, en de Vereeniging voor Christelijk Hollandse/l
onderwijs ten behoeve van de inlandsche bevolking in
Nederlandsch Oost-Indië, gaat
in
de toelichting op haar Statuten
eer te ver, door er zelfs nadruk op te leggen dat ze niet bedoelt
rechtstreeks
missionaire
scholen
in
het
leven
te
roepen.
Op
met zoovele woorden: „Intusschen, wij Uitdrukkelijk stellen wij willen geen eigenlijk Zendingswerk. den eisch, dat onze scholen niet door Zendingscorporatien worden opgericht. Wij willen op onze scholen de leerlingen met het Evangelie bekend maken, meer niet. Wij willen thetisch, niet polemisch optreden. Wij zullen den Islam niet aanvallen vooreerst omdat wij daardoor geheel onnoodig tot tegenstand prikkelen, maar ook omdat wij op onze scholen wel het zaad des Evangelies zoo ijverig mogelijk willen uitstrooien, maar den wasdom bladz.
11
toch
zegt
ze
;
geheel aan
God
willen overlaten. Proselieten-makerij
is
een
leelijk
woord, maar met onze scholen staan wij principieel op een stand-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's