Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 163
151 !"
Als Jezus thans nog aan het kruis hing en dat „Mij dorst zijn stervende lippen liet hooren, duizenden zouden er hun leven voor veil hebben, om het koelste water uit de reinste en zuiverste bron niet volle teugen aan zijn stervende lippen o,
van
te bieden.
Zoo zou het thans zijn, nu cle vrucht van zijn dood gewerkt heeft en de zijnen hem zijn toegebracht. Maar zoo is van nature ook uw onverzoend hart niet. Hadt ge dus bij G-olgotha onverzoend evenals die soldaten van Bomes keizer gestaan, ook gij zoudt gedacht hebben, dat het reeds wel was, zoo ge den doodschuldige, die daar te sterven hing, met wat wrangen edik gelaafd hadt. Eerst moest uw Heiland dien doodelijken dorst lijden en in dien dorst van de wondkoorts sterven, om u den zin van zijn verzoenend dorsten te doen verstaan. En nog, wie verstaat er de diepte van? Wie is er die beseft, dat hij óf uit dien dorst van zijn Heiland eeuwig leven heeft in te drinken, óf anders zelf eens eeuwiglijk in zijn onleschbaren
helschen dorst vergaan moet? Vergeet het niet, Jesaia spreekt van een dorstige „die droomt en zie, hij drinkt, maar als hij ontwaakt, zie, zoo is hij nog mat, 8). en zijn ziel brandt naar water" (29 En nu, zijn er niet nog, die met Grods kerke loopen, en die droomen dat hun eeuwige dorst gelescht is, en van wie het toch zoo schriklijk te vreezen is, dat als ze eens ontwaken, hun :
eeuwige
dorst
er
nog
zijn
en hun
zal
ziel zal
versmachten van
weedom ? XL.
„OTe£
lioïöradjt." Het zal alles volbracht worden aan den Zoon menschen, wat geschreven is door de
deH
profeten.
Dat men toch terug wilde keeren (xods
Luk, 18
tot de eenvoudigheid
:
31.
van
Woord!
er zoo duidelijk, het is zoo nadrukkelijk door Jezus gezegd: alles moest aan hem volbracht wórden, wat in het Oude Testament geschreven stond". Nog een oogenblik vóór hij aai) het kruis den geest geeft, meldt Johannes, dat „Jezus, wetende dat nu alles volbracht was, opdat hel Oude Testament zou vervuld worden, uitriep: „Mij dorst!" En op den weg naar Emmaus was immers, heel den weg lang, Jezus' rede ééne berisping over de
Eet staat
zelf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's