Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 138

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 138

2 minuten leestijd

126

Den toorn Gods over ééne enkele zonde kunnen we ons ternauwernood indenken, of ergens houden we op, omdat we de doorgisting- en zieding van dien toorn in ons eigen ingewand niet verder indenken kunnen. En wat moet dan „de eeuwige straf beide aan

ziel

en lichaam"

wel niet zijn?

Eeuwige rampzaligheid, het

is

niet in te denken, laat staan, in

te leven.

Een vuur dat

nooit

wordt uitgebluscht.

Een worm

die nooit

Buitenste duisternis, waarin het akelig stil door niets wordt afgebroken dan door de weening der rampzaligen en het knarsetanden der onbekeerde goddeloosheid. O, men wil van een hel niet meer hooren. En zeker, men heeft lange jaren veel te onnadenkend met dat schriklijk woord geschermd. Maar die hel is er dan toch. En ze is zoo ij slijk, zoo onbeschrijflijk vreeslij k. Rampzalig voor een eeuwigheid. En zelfs niet een enkele droppel waters, die een ontfermend hart aan den uitersten top zijner vingers naar ons toe zou dragen, om onze tong te verkoelen. En nu, dien eeuwigen dood, die eeuwige rampzaligheid, die hel heeft onze Borg en Middelaar uitgedronken. Eli, Eli, Lama Sabaclitani! schreide het uit zijn gefolterde ziel, en er was geen ontferming en er mocht geen ontferming zijn. Ware de Middelaar toen ontfermd, zoo waren wij nooit ontfermd geworden. sterft.

Volk van G-od, leeft ge hij dat kruis? Laat ge dat kruis diep in uw ziel, diep in uw ingewand en in uw nieren dringen, om u het vreeslij ke te doen beseffen van een ongerechtig bestaan, waarover zulk een toorn ging, en dat alleen door zulk een offer kon verzoend worden ? We gaan weer door de lijdensweken.

Het Paaschfeest nadert weer. Och, of ge dan weer veel dieper dan ooit van uw doeinwaardigheid en schuld voor den Heilige Israëls mocht overtuigd worden. Dan, maar ook dan alleen, komt hef weer tot bekeering; dan alleen komt ge in uw persoon tot uw Borg; dan alleen is er een G-olgotha, is er een Kruis voor u Een Kruis, en aan den voet van dat Kruis een Fontein die geopend is ook tegen uw ongerechtigheid en mv zonden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 138

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's