In Jezus ontslapen - pagina 43
33
En dit nu is „ het plaats bereiden " van Jezus dat hij als het Hoofd des Lichaams, en als de Koning van het Godsrijk, het groote werk des Koninkrijks alzoo leidt, dat juist op het oogenblik van ons sterven tevens het oogenblik gekomen is, waarop onze taak daarboven een aanvang moet nemen; waarop alles bereid is, om onze intrede in het groote werk voor te bereiden; en waarop dat werk des Heeren Heeren niet zou kunnen voortgaan zonder dat wij onze plaats in onze hemelsche woning innemen, en onze taak in die woning aanvaarden. ,
,
VIII. „,8ii
btenen |)em bctg en Daarom dienen en die
duwen.
Zijn
er
in
het Vaderhuis
Koning van het Godsrijk,
om
ttacl)t".
zij voor den troon Gods, en dag en nacht in zijnen tempel; den troon zit, zal hen overscha15. Openb. 7
zijn
Hem op
:
woningen, en is Christus, als den dag en al den nacht bezig,
vele
al
de plaats gereed te doen zijn, die hij bij sterven heeft in te nemen, dan rijst vanzelf de vraag, of er na ons sterven, en nog eer de opstanding der dooden komt, een taak voor ons is weggelegd, en of nu reeds onze afgestorvenen, die ons voorgingen, een werk bij God hebben
voor elk verloste
zijn
te
werken.
woningen kan niet enkel beteekenen, woningen met ruimte voor al Gods uitverkorenen. Dat toch ware in ééne zelfde woning evengoed denkbaar. Reeds 'nu vindt men gasthoven aan de overzijde van de zee met ruimte voor twee duizend gasten. Eerst dan komt dat „vele woningen" tot zijn recht, indien men dat „vele woningen" zóó opvat, dat er in elke woning een eigen gezinsleven is, verschillend van dat in de andere woningen. Dit geeft dan de voorstelling, dat de gezaligden niet in eindelooze rijen van duizenden en tienduizenden zich uitbreiden, maar dat ze groepsgewijze bijeen zijn gevoegd, bij groepen een nauwere aansluiting hebben, en dat die nauwere aansluiting hen een kring in een eigen woning doet vormen. En komt zoo eerst dat „ vele woningen " tot zijn recht nog versterkt wordt deze opvatting door Jezus' betuiging, dat hij ons daar plaats bereidt. Dat „ plaats bereiden " kan niet slaan op het werk der verzoening als zoodanig, want dat was volbracht. J En Jezus zegt niet: „Ik heb u plaats bereid," maar: Vele
,
3
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's