Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 32
20 en Judea en het Over-Jordaansche, waar althans het volk, althans de schare, en voor het minst de heilige priesterorde van Aaron nog tegen Satan had kunnen protesteeren, en vóór Jezus kiezen. En een oogenblik scheen het waarlijk alsof het daartoe komen zou. Of is hem niet tot in de poorte van Jeruzalem het „Hosanna, gij Zone Davids!" toegezongen? Maar ten slotte bleek ook dit schijn. Met verrassende snelheid wint Satan, op het oogenblik der beslissing, al meer terrein, ook op dat kleine plekje, dat éénige plekje der wereld, waar hij dusver nog weerstaan werd. De schare druipt af en geeft het op, en een andere hoop volks roept het: „Kruist hem, kruist hem!" uit. De priesters zullen straks hun kleederen scheuren, om Jezus als Godslasteraar te verdoemen. Die hem sarren, hoonen en tergen zullen aan het kruis, voelen zich het booze bloed reeds naar het aangezicht stijgen. Zelfs Jezus' eigen discipelen versagen. In Grethsémané sluimeren ze. Als hij gevangen wordt vluchten ze. Petrus verloochent hem tot drie malen toe. En één van Jezus' discipelen, Judas van Iscarioth, was het, in wiens eigen hart Satan invoer. Zeg zelf, merkt ge dan niet, hoe Satans macht, juist in die laatste ure, hand over hand toenam? Hoe hij, juist nu het met Jezus tot beslissing kwam, in die beslissing over Jezus, eindelijk ook dat laatste plekje van Israël veroverde, dat het eenige was, dat hem dusver weerstond? En is het dan niet alzoo, dat Satan nu voor het eerst, maar Grod zij dank ook te gelijk voor het laatst, juichen en in helsche vreugde jubelen kon, dat hij „overste der gansche wereld" was, en dat heel die wereld, tot in haar hoogste uiting, niet door Gods geest, niet door 's menschen geest, maar door zijn geest beheerscht werd ?
Zóó moet ge het dan ook verstaan, om het ontzettende van Jezus' om het schrikkelijke van zijn zielsangst en van zijn
worsteling,
lijden ten bloede toe te doorgronden.
de heilige, in eigen persoon het noodzakelijk middel, om van Grod aan zich zelve te ontdekken. Tot op die ure bleef er altoos nog iets, hoe weinig dan ook, over, waaraan de mensch zich kon vastklemmen waarop de mensch nog kon hopen; waarop de mensch zich nog tegenover Satan beroepen kon. Wel heel de overige wereld van Grod afgevallen, maar in Israël Hem nog lofgezongen. Wel was Israëls erve in heidensche macht, maar op Sion bleef het bloedende offer op het altaar des Heeren nog rookende. Neen, de wereld was nog niet verloren, ze lag nog niet ten einde Hij,
heel de wereld in haar afval
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's