Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 171
159 over. En dat juist zal cle hel der rampzaligen zijn, als elke weerstand van het goede in hen overmand is, en ze willoos en weerloos het eeuwig moeten aanzien en eeuwig gedoogen, dat de zonde hun ziel opeet, hun hart uitmoordt en hun levensbloed vergiftigt. Satan zelf, dat is de geheel verzondigde, en de straf der helle zal geen andere zijn, dan eeuwig-lijk al verder van God af te geraken en telkens dichter te naderen aan den Duivel. Hier op aarde wordt ons toegeroepen: „Zoek de gemeenschap met uw God!", en wie dit nu niet wil, die moet eens eeuwig de gemeenschap met Satan hebben. Dichtbij den Heere leven! of eens eeuwig dichtbij Satan, al dichter bij den Booze verkeeren en tot hem naderen, er is geen andere keus.
—
Verstaat ge dan nu, wat het zegt, dat „Jezus zonde gemaakt is voor u?" Wat gij ook, als ge verloren gaat, eeuwig bezig zijn zult te worden zoo verzondigd, dat er niets dan zonde aan u is zie, dat is Jezus gemaakt, hij de Heilige Gods. Gij gingt verloren. Verloren doordien de zonde al in u voortkankerde. En die kankering zou haar rusteloos proces hebben tot op dat ontzettende punt, waarop gij zelf eindelijk niets dan zonde zijn zoudt. Geen zondaar meer, maar met de zonde één geworden met de zonde vereenzelvigd in de zonde opgegaan zoodat uw persoon er niet meer was, en er niets dan zonde aan en in u overbleef. Op de manier van een plant die steen wordt. Men ziet dat vaak, hoe een plant in een steengroeve allengs door den aard van den steen overweldigd wordt, allengs verhardt en verstijft, eindelijk haar plantaardige natuur verliezen gaat en de natuur van den steen aanneemt, tot ten leste heel de plant verdwijnt, 'er van een organisch leven geen sprake meer is, en er na de volkomen verdwijning van de plant, niets dan een steenmassa, op de rots gekleefd, overblijft. En zoo nu is het ook met den zondaar. Hij werd middenin de zonde gezet, en nu begint de zonde hem te assimileeren, aan zich gelijk te maken en om te zetten in haar eigen aard. Dat gaat zeer langzaam. Want zoolang de mensch nog overblijft worstelt hij nog tegen. De zondaar is nog geen zonde, maar is een mensch die door de zonde overvleugeld, naar haar toegetrokken en in haar schrikkelijken aard omgezet en verstijfd wordt. En dan als eindelijk dat lange proces ware afgeloopen. dan zou de mensch vernietigd zijn, en er niets dan een klomp zonde, één massa zonde, van wat eens de mensch was. overblijven. ;
;
;
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's