Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 139
127
XXXIII. „3ft öen uitgestort ai£ taater." Ik ben uitgestort als water, en alle mijne beenderen hebben zich vaneen gescheiden mijn hart is als was, het is gesmolten in het midden mijns ingewands. Ps. 22 15. :
Uit het Oude Testament komen we te weten, wat het Nieuwe t. w. de innerlijke gemoedsgesteldheid van Jezus bij het klimmen van zijn doodstrijd. De Evangelisten melden ons wel wat Jezus aan het kruis uitrit ]); maar niet wat er achter dat roepen lag; niet waar dat roepen, waar die angstkreet uit geboren werd. Dat konden ze ook niet melden. Want dat was niet te zien; dat viel niet te beluisteren; en om er iets bij te dichten, hadden ze voor het lijden van hun Heere te veel eerbied. Maar het behoefde ook niet meer gemeld te worden, want het verzwijgt,
1
stond reeds beschreven. Zelf had Messias reeds door den Heiligen Geest de innerlijke uitmergeling van zijner ziele kracht, met forsche grepen, in aangrijpende taal, op het allerroerendst beschreven. Hij was niet als onzer één. Hij had het lijden niet maar op zich genomen, zonder te weten wat dat lijden in zich had. Hij was het kruis niet tegengegaan, half onwetend wat het eigenlijk zijn zou, en dies, toen hij er aan toekwam, half door het ontzettende van dit lijden verbijsterd.
Neen, dat ware zijner goddelijke majesteit onwaardig geweest. Hij, de Zoon, nam niets op zich, dan wat hij vooraf in al zijn diepte gepeild, in al zijn omvang gemeten, ja, tot in elke bijzonderheid vooraf doorleefd en doorleden had. En uit dat door/Wr^ en doorlijden in den geest vloeide nu de zielroerende klacht, die de Heilige G-eest in Psalm 22 over Davids lippen liet glippen, toen hij op Juda's bergen het hartverscheurend klaaglied aanhief van: „Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten, verre zijnde van mijne hulp, van de stem mijns brullens!" "Wilt ge dus weten, wat uw Jezus innerlijk, vooraf doorleefd, en eindelijk op het kruis doorworsteld heeft, blijf dan niet in de Evangeliën hangen, maar keer dan terug naar Jesaia 53 en naar Psalm 22. Och, waarom, waarom toch schenkt men aan die diepe lijdenszangen in de lijdensprediking geen plaats':
die we uit den kruispsalm opvangen versmelting, bezwijking en wegzinking. De teekent het u als voor oogen in vs. 15 en 1<>. en
Welnu, één der trekken, is
Jezus'
Heilige
innerlijke
Geest
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's