Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 106
94 meerdere. Ten slotte trok het ieders aandacht. Tot ook Jezus het zag, en hoorde wat ze jammerend uitriepen. Een uiting van menschelijk gevoel voor den Zoon des menschen in de weeën des doods. bij
En onderwijl die vrouwen vooruitloopen, en op hem aandringen, breekt Jezus op eenmaal zijn gang naar Grolgotha af, en staat stil, en keert zich tot die vrouwen, en sjDreekt ze aan. Niet om ze te danken. Veel min nog om haar gevoel nog levendiger op te wekken. Green woord komt over zijn lippen om zijn eigen smart nog breeder uit te meten. Veeleer wendt Jezus heur deernis af, zeggende „ Weent niet :
over mij." Jezus stelpt die gevoelstranen van een ondiepe smart, omdat er geen ernst, geen doorzien van den toestand, geen flauw begrip van de realiteit in spreekt. Wat voelden die huilende vrouwen er van, dat hier het Lam Grods ter slachting werd geleid, en dat in dit heilig drama voor haar oogen het pleit tusschen Grod en Satan,
tusschen eeuwig verderf en hemelsche heerlijkheid voor uitverkorenen voldongen werd. Ook het menschelijk gevoel heeft zijn betrekkelijke waardij, maar, o, zoo betrekkelijk. Wat het eerst heilig maakt is juist de levensernst, het indenken van het verleden en de toekomst. En juist die levensernst ontbrak hier zoo geheel. Hoor maar, hoe Jezus die vrouwen van het bewogen gevoel naar den spannenden ernst over haar eigen toekomst terugroept: „Gij, dochters van Jeruzalem, weent niet over mij, maar iveent over uzelven en over uwe kinderend Die kinderen stonden er vermoedelijk bij en liepen er om heen. Zoo plegen zulke uitloopende buurtvrouwen haar kinderen bij de hand meê te nemen. Er zullen er wel geweest zijn met haar zuigeling op den arm. Ook wel zwangere vrouwen zullen er onder geweest zijn, die heur kind nog onder het hart droegen. Althans, zoo ging Jezus in zijn heiligen ernst, en het oog vol uitdrukking van een meer dan menschelijke deernis, voort „Want ziet, er zullen dagen komen, dat gij zeggen zult Zalig zijn de kinderlooze vrouwen, de borsten die niet gezoogd, en de buiken die niet gebaard hebben." Jezus denkt aan de wrake Gods, die over het schuldig Jeruzalem het
pleit
al Grods
:
:
zal losbreken. Aan die vreeselijke tijden, zooals ze reeds eenmaal doorleefd waren, toen Jeruzalem voor Babels heirmacht viel, en toen „de vaders hun kinderen en de kinderen hun vaders gegeten hadden" (Ezech. 5 10). Maar straks, na Golgotha, zou het nóg vreeselij ker worden. Ecu :
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's