Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 176

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 176

3 minuten leestijd

164 zich saamtrok, en dat hij daaronder en daaronder bezweek, dit ontwaarde geen hunner, en dat zag niemand. Daar dacht noch vriend noch vijand aan. Dat verstond Jezus alleen, en stond uw Jezus alleen uit. Iets wat natuurlijk zelfs nu nog geen vat op uw hart heeft, indien Satan u slechts een naam, de dood u slechts een ontslapen, en de „zonde der wereld" u weinig meer dan een tekortkomingin heiligheid, of ook de toorn Grods slechts een overdrachtelijke al de

toom Gods

alleen,

spreekwijze

is.

Maar dan

iets waarvan het ontzettende u door merg en zoodra ge ook persoonlijk in Satan uw machtig sten rijund kent; indien de dood u de macht des verderfs is geworden; indien ge onder de zonde der wereld, en daarom onder uw eigen zonde, als onder een last, die uw ziel drukt en benauwt, gezwoegd hebt; en bovenal zoo de toorn Gods in die schrikkelijke werkelijkheid voor u is getreden, dat ge zelf aan uw eigen ziel gevoeld hebt, hoe ge onder het wee en het wicht van dien toorn uws Grods eeuwig-lijk moest verzinken. Dan toch wordt het bange feit, dat uw Jezus op één oogenblik des tij ds door die woede van Satan, door dat afgrijzen van den Dood, door dien vloek der zonde, en door den toorn van uw God, als met een vernielenden stroom overstelpt, en er in verzwolgen werd. nog zoo heel iets anders dan dat uitwendige wegsterven aan het kruishout, dat ge dat kruis bijna vergeten zoudt, om alleen op dat diepere lijden al den ernst en al de aandacht uwer liefhebbende ziel saam te trekken, en ontzet te worden, zoo dikwijls weer uit dien donkeren geheimzinnigen achtergrond van Grolgotha het klagend roepen u in de ooren klinkt „o Gij allen die op den weg voorbijgaat, schouwt het aan en ziet, of er eene smart is gelijk mijne smart, waarmede de Heere mij verdrukt heeft ten dage van de kittig heid zijns toornsT

been

ook,

dringt,

:

Maar, helaas, op dien weg die achter het zichtbare omloopt, en over de velden des geestes gaat, gaan zelfs nu nog zoo weinigen voorbij. Bijna een iegelijk wandelt aan den voorkant langs, en heeft ook bij Grolgotha geen oog dan voor wat het lichamelijk ooggezien, en geen oor dan voor hetgeen met het lichamelijk oor gehoord werd. Alleen de dieper ingeleiden onder 's Heeren volk wagen zich op dien donkeren weg over den achtergrond, waar ze hun Middelaar zoo hartaangrijpend en zoo zielverscheurend klagen hooreii. Slechts een zeer enkele waagt zich op dien weg in de donkerheden tot den einde toe.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 176

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's