Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 109
97
de gevoelige vrouw niet tot bekeering komt, en niet meêsterft in dat kruis, oin als Jezus verrijst met hem op te staan ? Erger nog, lioevelen maakte dat lijden van Jezus het gevoelig oog niet vochtig, die straks den Zoon van God wederom kruisigden door hun afval in zonde En nu wat is al zulk gevoel zonder geloof anders, en wat is het beter dan het weenen van die schreiende vrouwen buiten Jeruzalem? Weenen om Jezus, en feitelijk nog tot het lijden van uw Heiland toedoen, door het oordeel dat ge over u haalt. En daarom niet die vrouwen nagedaan, maar liever het oog op een Simon van Cyrene gericht, van wien niet staat dat hij weende, maar wel, dat hij het kruis van Jezus droeg. Hij droeg het voor Jezus uit. Draagt gij het uw Heiland navolgende ? G-ij weet wat de Man van Smarte eens tot zijn jongeren gezegd heeft: „Wie zijn kruis niet opneemt, en draagt, en mij navolgt, is
mijns niet waardig."
XXV. ,€en Uionn en geen man!" Maar ik ben een worm en geen man; een smaad van menschen en veracht van het Ps. 22
volk.
niet in die ééne diepe heilig en dierbaar Evangelie?
Weer
gedachte
?.
!"
de „worm" een „man al het mysterie van ons
De „Man" moet een „worm" worden en Ligt
:
schrijden de lijdensweken voort en voort, en wordt nogder gemeente ter verantwoording, het kruis van Jezus als voor haar oogen geteekend. Maar nu, wat is die lijdensprediking anders, dan u van schrede tot schrede te toonen, hoe die „Man" een worm wierd en eindelijk zich kromde in het stof des doods. Het eerste mysterie, dat van Bethlehems kribbe, spelt u, hoe, wie „God" was, een „man" wierd; maar het tweede, waarvan G-olgotha's kruis het middelpunt vormt, toont u hoe nu die „Man" zich weer vernederde en verlaagde tot een „worm." „Na mij komt een man, riep de Dooper uit, die vóór mij geworden is, wien ik niet waardig ben den schoenriem zijner voeten te ontbinden!" daarmee op Hem doelend, van wien het reeds bij 24 heet: „Èen Man worstelde met Jarob :" van Pniël in Gen. 32 wiet) in Jozua's visioen gezegd wierd: „JE&n Man stond tegenover Ihmh" (Joz. 5 13); die als „een Man met linnen bekleed" door Ezechiël en Daniël is gezien; die voor Zacharias „de Man was die
maals,
:
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's