Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 206

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Jezus ontslapen - pagina 206

3 minuten leestijd

,

196

Doch zoo is de dood, die uitbreekt in ons nienschelijk leven, Een menschenlijk kan een enkelen dag schoon blijven en

niet.

uitdrukken, doordat de spanning van niet meer vermoeit, maar zelfs dat schoon duurt, o, zoo kort, en nauwelijks begint de ontbinding haar vernielend werk, of het lijk trekt niet meer aan, een

verhoogde reinheid

zenuwen en spieren het gelaat

maar

stoot eer af. toch heeft menschelijke sympathie dat zich oplossend lijk in weerwil van zijn onreinheid, die den hoogepriester zelfs de aanraking er van verbood, omringd met teedere zorg en wee-

En

moedige

Wel

liefde.

bij meer dan één volk de neiging door een neiging ook nu weer opkomt om het lijk in den vuurdood te geven en de asch in een urne bij zich te houden, maar van Israëls dagen af, hield het volk des Heeren steeds vast aan de eere

brak

,

die

,

der begrafenis. Die begrafenis past op de natuur, en de natuur past op het begraven, want de bodemkunde leert, dat niets zoo geschikt is om wat uit het lijk zich ontbindt, in zich op te nemen en te reinigen, als juist de aarde, die onze voet drukt. Het is of God dien wonderen grond onder ons op het ontvangen van ons lijk heeft aangelegd. Stof zijt gij en tot stof zult ge wederkeeren is het oordeel dat over ons ging, en aan de aarde is de taak opgedragen, en ze is er zoo alleszins voor berekend, om die ontbinding van ons lijk tot stof te voleinden. ,

,

Het volk, waaronder de

eere

der

begrafenis het rijkst, te

ontwikkeld was, woonde in Egypte. Naast de steden der levenden, bouwden ze gansche Necropolen, dat zijn steden voor de dooden. En ook in die doodensteden waren straten, en langs die straten had elk geslacht voor zijn dooden een eigen huis, en in dat huis werden de dooden bijgezet, gebalsemd, in weefsel gevlochten, omhuld met gesneden houtwerk, en weggezet in marmeren of arduinen sarcophagen. Nu nog kan men zulke mummiën in onze musea vinden niet zelden na meer dan drie duizend jaren nog zoo gaaf en heel, rijk

zelfs

,

dat het is of ze gisteren pas waren bijgezet. Hierin sprak geloof aan de wederopstanding der dooden, maar zonder besef van zonde. Het was een dwaze poging om zich aan het ontzettend oordeel der ontbinding te onttrekken, en ontstentenis van geloof in die almacht Gods, die wat verging weer herstellen kan, en de dooden levend maakt, en de dingen die niet meer zyn, roept alsof ze nog waren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 206

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's