In Jezus ontslapen - pagina 55
,
45 en bulderen van de groote zee als ze strand en duinen beukt met haar dreunende golven. Toch zijn die machtige golven niets dan bijeenvergaarde waterdroppelen. En zoo nu is de stem dier onafzienbaar golvende menigte, waarin elke engel of elke gezaligde op zichzelf niets is dan één enkele het klateren
,
waterdrop. Wijst dit alles nu niet op een gemeenschapsoefening daarboven, die elk perk van onze gemeenschapsoefening op aarde zeer verre overschrijdt?
Volle gemeenschapsoefening gaat, bij over en weer zich uiten onder ons veelal niet over een half honderd personen in wel geordende vergaderingen bereikt ze op het uiterste het cijfer van een half duizend, en eenzijdig spreken van één, onderwijl de anderen hooren, vindt reeds bij de tien duizend zijn grens. Volle levensgemeenschap in het gesprek daarentegen is voor verreweg de meesten onzer tot den zeer engen kring van een twintigtal personen beperkt. En daartegenover geeft de Heilige Schrift ons nu op alle manier den indruk, dat in de wereld daarboven deze gemeenschapsoefening zoogoed als geen grenzen kent, en dat van onze beperktheid door afstanden, daarboven schijn noch schaduw wordt gevonden. Natuurlijk kan dit alles niet anders dan in beelden aan dit leven ontleend worden geschetst. Een andere taal toch verstaan we niet. Maar als de engelen vleugels ontvangen en vliegen van het eene einde des hemels naar het andere als ze bazuineu met een klank die alle hemelen doordringt, en als we lezen van de saamvergadering van alle volmaakt rechtvaardigen in van millioenen van wezens die zich het ééne Vaderhuis ja saam op zulk een wijze uiten, dat hun stem niet alleen gehoord, maar ook wat ze zeggen en zingen verstaan wordt, dan geeft dit alles ons immers den indruk van een door niets gestuit of beperkt gemeenschapsleven van een gemeenschap der heiligen gelijk niemand die ooit op aarde, ook maar van verre gekend ;
,
,
,
,
,
of gegist heeft.
Van die God zelf. Ieder
rijke
onzer
ligt de
gemeenschapsoefening gevoelt
en weet, dat
hij
grondgedachte in
gemeenschap met
zijn
bevindt, en dat er nooit niet zou kunnen hooren. De alomtegenwoordigheid Gods is voor Gods kind geen afgetrokken stelling, maar een realiteit. Het is eenerzijds de gemeenschapsoefening in den gebede, en anderzijds de altoos
God kan oefenen waar hij zich ook één oogenblik is, dat God ons gebed
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's