In Jezus ontslapen - pagina 89
,
79 het denkbaar dat de vrucht van den Boom des Levens in staat was, zulk een volkomen gesteldheid aan het lichaam te geven, dat het alle eigen drang verloor, en geheel voertuig der ziel werd. Geestelijke kracht kan op zich zelf in geen plant, zelfs in geen verkoren plant van het Paradijs schuilen. Rechtstreeks werkt wat zelf stof is, alleen op stof, en alzoo op ons lichaam. Doch juist daardoor kan de verhouding, waarin het lichaam tot de ziel staat, beheerscht worden. Het lichaam kan de ziel ophouden, tegenwerken, storen, maar het kan ook, mits het volkomen harmonisch werke, de ziel dienen, in alles haar dienen, en ter wille zijn. Ten slotte niets dan haar harmonisch instrument. En de wondere kracht om dit te verwezenlijken kan door God in de vrucht van den boom des levens zijn gelegd.
Het wordt dan tevens duidelijk, hoe de mensch na zijn val nog van den Boom des Levens had kunnen eten, maar hoe dan juist zijn lichaam een in alles tot dienst bereid instrument van zijn booze ziel zou geworden zijn. Hoe hierin de gruwel, het monsterachtige bestond, dat moest worden afgewend. En hoe daarom in den staat van zonde elke toegang tot den- Boom des Levens moest worden afgewend. Maar al geeft dit licht, er blijft altoos een mysterie over. De wezenlijke aard en werking van den Boom des Levens blijft ons een geheim.
Een mysterie evenzoo
het verkeeren in het Paradijs terstond
na ons sterven.
Op
om uit te breken wederkomt. Dan eerst komt de nieuwe hemel wanneer
zich zelf toeft het rijk der heerlijkheid
tot Jezus
de nieuwe aarde komen zal. En toch hooren we Jezus van zijn Kruis aan zijn medekruiseling toeroepen: Heden zult ge met mij in het Paradijs zijn. Iets wat te meer klemt, omdat Jezus van den Olijfberg lichamelijk is opgevaren, en alzoo ook nu nog in zijn verheerlijkt lichaam bij God is. Toch zegt Jezus, dat hij nog vóór zijn opstanding, en alzoo onlichamelijk, in zijn afgescheide ziel in het Paradijs zou zijn. En zoo ook de man, die in zijn sterven op Golgotha zalig werd gesproken. Al is het dus volkomen klaar, dat onze dooden, die in Jezus sterven, eerst in de opstanding met hun lichaam zullen gekleed worden, toch zijn ze nu reeds in het Paradijs, en hebben ze in dat Paradijs reeds genieting. En vraagt men nu, of dat -eten van den Boom des Levens"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's