Afgeperst - pagina 112
108
BIJLAGEN.
Snouck Hurgronje, was, dat de methode van de onderwijs,
liberale partij in zake
dat wil zeggen, dat de neutrale Staatsschool feitelijk wordt
moderne secteschool, een methode die hier veroordeeld en gevonnist hier zou verhuizen naar een nieuw toevluchtsoord en naar is van Indië zou worden verlegd. Indien de zaak zóó stond spreekt het vanzelf, dat wij hem terstond zouden nareizen om te zorgen, dat hij, indien hij zijn werk in zijn geest in Indië begon, hij hetzelfde verzet, dat wij hier tegen dat stelsel hebben volgehouden, ook daar zou ontmoeten. Wanneer ik mij nu enkele opmerkingen heb veroorloofd zou het wel dat ik medeging met de heeren, die op een andere partijlijken, groepeering hebben gedoeld, maar dan veroorloof ik mij te zeggen, dat ik ook, wat dit punt betreft, met den geachten afgevaardigde uit Amsterdam VI daarom niet akkoord kan gaan, omdat ik vind, hij dat hij de feiten niet juist houde mij deze opmerking ten goede
—
—
heeft aangeduid. Hij
baan
Sprak er van
als van een feit, dat de onderwijsquaestie van de en daarmede vervallen was de band van de coalitie aan deze
is
zijde.
juist? Is metterdaad de onderwijsquaestie van de baan? Het zou dan moeten wezen, dat metterdaad het openbaar en het bijzonder onderwijs op voet van gelijkheid stonden. Nu is het aan hem, evengoed als ons allen bekend, dat het openbaar onderwijs de pré heeft in de gemeentefinanciën, waar het 11 millioen uit put afgetrokken worden natuurlijk 3 millioen voor schoolgelden, maar het komt dan toch nog altoos neer op 8 millioen, behalve de andere pré, welke het openbaar onderwijs van Rijkswege geniet. Er is dus geen sprake van, dat wij zouden zijn, waar wij wezen moesten, maar afgescheiden daarvan zou ik mij willen veroorloven de opmerking, dat al was de schoolquaestie geheel tot ruste gekomen, de bron, de oorzaak, de wortel van ons samengaan nog in niets zou zijn vervallen en dat wij ook na wegneming daarvan evenzeer als vroeger een eigen Is dit
;
politiek zullen blijven voeren.
Wanneer
vroeg of laat mocht gebeuren, dat wij een andere moesten hebben in het leven te roepen, dan meen ik daarbij toch deze opmerking te moeten maken, dat men dan wel wete, dat ik althans, wat mij betreft, nooit meer een poging zal aanwenden om met een gedeelte van de overzijde op democratisch standpunt te kunnen samengaan en dat dan de eenige uitweg, welke ons zou overblijven, zoude wezen in ons isolement te gaan staan, gelijk wij dat gedaan hebben in 1878. Voor het overige zou ik mij wel deze opmerking willen veroorloven. Den heeren van de overzijde, die zich niet kunnen voorstellen wat ons eigenlijk samenhoudt, omdat wij zoo telkens verschillen van opinie, zou ik twee dingen willen zeggen: vergeet niet, dat er aloos bestaat een middelpunt-vliedende kracht bij alle groepen, die zich coaliseeren, wijl die tot het karakter zelf van een coalitie behoort, en in de tweede plaats, dat bij een Christelijke coalitie er altoos werkt, als ik het zoo eens mag uitdrukken, een anio mystica, dat wil zeggen, dat wij, afgezien het
partijgroepeering
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's