Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 166

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 166

2 minuten leestijd

154 kënnisse gezien, maar mocht of kon Hij er niet van spreken 1 En indien Hij, toch tot en door zijn profeten sprekende, wat immers ook gij belijdt, niet van dien Zoon, veel min nog van dat „Lam dat ter slachting gaat" zwijgen kón, is het u dan zoo vreemd, dat die Zoon, mensch geworden, en dat boek der profetie openslaande, daarin vond en zag en las wat zijn Vader in de hemelen in zijn eeuwige liefde, voor hem vooruitgeleden, over hem beraamd, en beseft ge dan niet met wat volle van hem gesproken had, teugen die Zoon, eer hij lijden ging, een zoo teedere liefde indronk, die juist in dat kleine, in dat bijzondere zoo goddelijk uitblonk, hem zoo teeder toesprak, en onderving bij het zinken? Beschouw het in dat licht Die lijdensprofetie in het Oude o, Verbond een bladzijde uit de heilige historie van de liefde des Vaders voor den Zoon zijns welbehagens, en immers, alle dorheid valt weg, en ge begrijpt hoe Jezus aan dat Oude Verbond met heel zijn ziel kleven moest, en wat daar stond, letterlijk stond, zoo geheel met het „willen Gods" saam zag vallen, dat het „alles volbrengen", opdat de Schrift, of „alles volbrengen" opdat Gods raad vervuld zou worden, voor zijn zielsbesef geheel hetzelfde moest wezen En is het dit dan niet voor u?

:

XLI. ,ەi, ەi,

HCamma ^aftacgtanü" Mijn God, mijn God,

waarom hebt

Gij mij

van mijne verlossing, van de woorden mijns brullens. Psalm 22 2.

verlaten, verre zijnde

:

Te zeggen, dat onze Heere en Heiland, stervende aan het kruis, in zijn schrikkelijke angsten en benauwdheden aan Psalm 22 gedacht, en toen dat „Eli, Eli, Lamma Sabachtani", uit den aanhef van dat lied heeft nagezegd, is in den grond een vernietigen van de Schrift en een verlagen van den persoon des Middelaars. En, omgekeerd, het voor te stellen, alsof God door zijn alwetendheid vooruit geweten had, welke woorden Jezus aan het kruis zou uitroepen, en ze op grond van die wetenschap door David zou hebben laten opschrijven, is een overbrengen op God van wat slechts bij menschelijke uitwendigheid zou hooren en verlaagt het werk des Heiligen Geestes tot gekunstelde mechaniek. Xeen, om de Schrift het goddelijk werk van den Heiligen Geest, Christus den eeuwigen en waarachtigen Getuige, en God waarlijk God, te laten, moet al dat gewrongene en uitwendige er uit weg, en moet het al in zijn hoogere, goddelijke natuurlijkheid verstaan worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 166

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's