In Jezus ontslapen - pagina 115
",
105 en bijzonder in trek was voor een aanzienlijk en vermogend der kerk, die gewoonvroom, leeraarlievend en gul in zijn giften was geweest, zoo dikwijls, gevraagd of ongevraagd, aan de kerk, of voor haar armen of voor haar leeraars, geld en veel geld moest toevloeien. Geestelijk was in die ongeestelijke dagen dit beeld van „steunpilaar" minder in zwang. Het was zoo als Bilderdijk zong „ Als om haar schuld een natie moet vergaan vangt in de kerk de zielsmelaatschheid aan." En in die dagen vooral helde de kerkgevel al scheever van den Heere naar den Mammon. Al doet dan ook dat beeld van steunpilaar" dienst, om het vreemde van de uitdrukking te doen minderen, wat de zaak aangaat staat de belofte van Jezus er vlak tegenover. Er wordt niet betuigt dat de leeraarlievende doode een pilaar voor Gods kerk was, maar toegezegd dat Jezus zelf hem die over-
deed
,
lid
,
:
,
,
won, Er
,
tot een pilaar in den tempel Gods zal maken. is in deze heerlijke belofte geen sprake van de strijdende
kerk op aarde, maar van de triomfeerende kerk daarboven. Heel de kerk-idee valt zelfs weg, om in het beeld van den tempel Gods op te gaan. En het is in dien tempel Gods, dat, naar Jezus rijke belofte op Pathmos, elke Christenheid die overwon, en overwinnend ten eeuwigen leven inging, door den Christus zelven gesteld zal worden als één der pilaren in den voltooiden bouw.
In verwante beeldspraak had Petrus iets soortgelijks betuigd van de kerk op aarde. De verlosten moesten saam „ een geestelijk huis " vormen. Van dit geestelijk huis was Christus „ de uiterste hoeksteen ". En nu moest elk geloovige „ een steen in dat huis zijn een „ levende steen ", om door telkens nieuwe toebrenging van geloovigen de muren van dit geestelijk huis steeds hooger te doen rijzen. (1 Petr. 2 4, 5.) Maar in Jezus' belofte is sprake van iets veel heerlijkers. Vergeleek Petrus de kerk op aarde bij een huis, aan de muren in steen opgetrokken, hier op Pathmos kiest de Heere het veel rijker beeld van een tempel met zuilengangen, gelijk Athene er het schitterend voorbeeld van gaf, en gelijk soortgelijke tempels in alle steden van Klein-Azië, en ook in de steden aan wie de zeven brieven gericht zijn met name te Philadelphia aan welks kerk de brief met het slot over den pilaar uitging, door hun pracht van bouw de bewondering wekten. Zoo staken de Heidenen met de prachtige, weelderige tempels aan Jood en Christen de oogen uit. De synagoge viel bij zulk een tempel geheel weg, en de Christenen kwamen in de opperzaal van één der vrienden saam. ,
:
,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's