Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 201
189
roemt in Christus als zijn Heiland, als zijn Middelaar, als Verzoener en Koning, maar van dat alles straalt hem no g niel dat zekere, dat afgedane, dat volbrachte, dat eeuwige ruste aanbrengende toe, waarin hij als kind van God zich zalig weet. Er is meer dan een vergezicht dat hier geopend, meer dan een medicijn dat hier geboden wordt, meer dan een weg ten leven die zich voor zijn voet ontsluit. Hij beseft, hij ervaart, hij voelt, hij Hij
zijn
geniet er in, dat de vrede er is, dat er niets meer bij' hoeft, dat het een afgedane, dat het een vastelijk beslotene en voor eeuwig hem gewaarborgde zaak bij God en voor zijn heilige engelen is. En juist dat afgedane, dat niet meer los te wrikkene, dat nooit meer in gedrang komende, dat alle diepte uitputtende, en voor nu en eeuwig volstrekte zekerheid niet meer biedende maar gevende karakter van het heil, dat hij in Christus bezit, dat roept hij voor God en menschen uit, als hij blijft jubelen: Christus is mijn Borg.
L. „ï^et öloeö
ban
%M:
En tot den Middelaar des Nieuwen Testaments, Jezus, en het bloed der besprenging, dat betere dingen spreekt dan Abel. Hebr. 12
:
246.
Bloed, dat gezien wordt, en dus niet langer in het aderenweefsel verborgen bleef, maar uitvloeide, doet uw oogzenuwen onrustig aan, en brengt over u een huivering. Een huivering, die, al naar het geval er toe ligt, zeer onder-
scheiden bewegingen in uw hart veroorzaakt. Een huivering, die u doet vluchten als dat bloed u gevaar spelt voor uw eigen bloed. Een huivering, die u tot sympathieke, reddende hulpe uitdrijft, als het leven zelf nog met het bloed niet wegdreef. Of ook ecu huivering, die dorst naar wraak in u doet opkomen, als er moord plaats greep en er uit het vergoten bloed een stemme om wrake
naar
God
schreit.
het uitgevloeid den bodem roodkleurt voor uw oog, u zoo heftig aan. Het zien van bloed, dat van dood spelt of' met dood dreigt, rukt u op eenmaal uit uw gewonen gedachtenkring, doet u vergeten wat om u is, en trekt op eens al uw zinnen saam op dat menschelijk leven, dat reeds wegstierf of sterven kon. Ezechiël, de machtige profeet in Israël, brengt die heftige gewaarwording zelfs op God den Heere over, ook waar er van „vergoten bloed" geen sprake was. „Als Ik bij u voorbijging", zoo spreekt de Eeere IIi:i:i;i: bij Bloed,
grijpt
als
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's