In Jezus ontslapen - pagina 84
74
Doch wat is nu die woekerplant ? Bedenk wel, dat ze bij het kleine wicht en jaren \ één en hetzelfde moet zijn. Ze moge jaren
breeder
getakt,
hooger opgeloopen
bij
bij
zijn,
man van man van
den den
maar
in
soort
moet
ze bij beiden één en hetzelfde wezen. Is nu die woekerplant iets, dat op zekeren dag u is aangekomen, en eerst niet bij u was? Stellig niet. Met die woekerplant om u zijt ge geboren. In de omstrengeling van die woekerplant zijt ge ontvangen. Die woekerplant
wachtte u op eer ge er waart. En die woekerplant blijft voortwoekeren, als ge er niet meer zijn zult. Die woekerplant was niet in Adam toen God hem schiep, maar het zaad van die woekerplant is door Satan in Adam uitgestrooid. Door Adams ongeloof en ontrouw is ze tot ontkieming gekomen. Ze is van hem uit met al breeder vertakking heel ons menschelijk geslacht ingeschoten. En ze zit nu ingevlochten in dat geslacht, in onze wereld, in onze maatschappij in onze usantiën in ons menschelijk bewustzijn in alles. In al wat menschelijke levenskring is en menschen saambindt tot één gezelschap of tot één geslacht. Vandaar dat, Jezus alleen uitgezonderd, elk kind uit een vrouw geboren, geboren wordt in de takken en twijgen van die woekerplant; dat die takken en twijgen zich om elk kind en elk mensch slingeren; en dat, als iemand wedergeboren wordt, die woekerplant hem blijft omklemmen. Ook geeft die woekerplant zaad, en dat zaad maakt in elk menschenhart, dat er nieuwe loten uitschieten. En het onderscheid is nu maar, dat bij de wedergeboorte dat zaad van de woekerplant uit zijn hart uitgaat, om er het zaad Gods voor in de plaats te brengen. Maar om hem heen blijven die takken en twijgen van de woekerplant klemmen. En heiligmaking is nu, dat God reeds bij ons leven ons het snoeimes in handen geeft, om ons eenigszins vrij te maken en de hinderlijkste twijgen die ons het meest benauwen, om ons heen weg te snijden. Zoo krijgen we lucht. En God geeft ons zijn kerk, de gemeenschap deiheiligen, waarin nog veel meer ruimte gemaakt is, en waarin de takken en twijgen van de woekerplant lang die drukkende, benauwende, verstikkende macht niet hebben. Maar toch blijven we, tot aan onzen dood toe, in dien boozen strik verward. En de verlossing in onzen dood is nu, dat God ons in het sterven niet heel ons wezen uit die dooreengewarde vertakking van de woekerplant uitlicht, er ons geheel vrij van maakt, en zoo teweeg brengt, dat geen enkele tak of
in
,
,
,
,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's