Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 82

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Jezus ontslapen - pagina 82

3 minuten leestijd

u toe

zal

gaan,

is

een mysterie, dat zich nooit geheel voor u

Maar dat het zoo is, gelooft ge. Ge gelooft het op grond van Gods Woord. Ge gelooft het omdat in den hemel een ontsluit.

zondig leven ondenkbaar is. En gé gelooft het zoo willig en zoo gretig, omdat het een u zoo toesprekende, zoo intiem-rijke en innig-verrukkelijke gedachte is, van eens nooit, nooit meer te zondigen tot zelfs niet met de flauwste begeerte van uw hart. Nu zal die „ afsterving van de zonde" niet dit wezen, dat ge scheidt van aw vleesch. Als uw vleesch kwaad doet, is het uw ziel, uw ik, zijt gij het, die uw vleesch gebruikt om te zondigen, en Satan, die nooit vleesch had, is de vreeselijke ,

„vader

aller

zondaren"

die

alle

zonden gegenereerd heeft

uit

enkel geest. Dat „afsterven

van de zonde" moet derhalve in iets anders schuilen. Het is niet iets dat gij zelf doen zult, door, als ge op uw uiterste ligt, de wereld te vervloeken, en heilige voornemens op te vatten en plechtige beloften te doen. Het is evenmin iets wat uw lieven doen die, als ge den dood ingaat, uw sterfbed omringen. Het moet iets zijn dat God onder het sterven in u volbrengt, en daarom kan dat afsterven van de zonde niet anders zijn dan de voltooiing van uw heiligmaking. voegen er bij, dat het iets zijn moet, dat plotseling geschiedt. Immers zoolang er nog bewustzijn en adem om te spreken is, houdt het gebed om genade nog aan; iets wat na de afsterving van de zonde geen zin meer zou hebben. Ook is veler dood als een bliksem die inslaat, door een moord of een beroerte. En

We

anderen kant moet zóó als de adem weg is, de van de zonde voleind zijn. Want we spreken hier van iemand die ten hemel ingaat, en niemand gaat als zondaar den hemel binnen.

aan

den

afsterving

Ook dit nog. Er is onder de verkorenen

groot onderscheid. die sterven één sterft oud en wel. bedaagd met een zondig leven vóór zijn bekeering, en veel zonde in zijn leven na zijn bekeering, achter zich. Een tweede gaat de eeuwigheid in toen juist de wereld zich voor hem ontsluiten zou en hij juist voor de wereld gereed was. Een derde_ sterft als knaap of jong meisje. Een vierde nog jonger. En eindelijk zijn er ook, die reeds in de wieg de oogjes voor altoos luiken, of die doodgingen eer ze nog in het wiegje werden neergelegd. Dat alles nu maakt verschil groot verschil. Bij den één bewustzijn van zonde, kennis van zonde, bittere heugenis van zonde; bij den ander geen enkele zonde ooit gezondigd en geen zonde ooit gekend. En al mag nu de „ afsterving van de zonde " daardoor in den ,

De

,

,

,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 82

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's