Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 164

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Jezus ontslapen - pagina 164

2 minuten leestijd

,

,

154 zich

waarlijk

zalig

gevoelend.

En aköo

den

zullen zij altoos met

Heere wezen.

XXXVII. „9Jïet

t)tm eenc plant"

Want

niet hem ééne plant gede gelijkmaking zijns doods zoo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking zijner opstanding. Bont 6 5.

worden

indien

zijn

wij

in

:

én in het vroom-aandoenlijk gesprek, én in de H. wordt veel van de „overzij van het graf" gehandeld, maar de inhoud van „gesprek" en „Schrift" scheelt zoo. In het gesprek gaat het maar al te zeer over den mensch die stierf of die sterven zal, in de Schrift beweegt alles zich om het middelpunt in Christus. Dit wordt niet absoluut beweerd. In het gesprek komt ongetwijfeld ook de Middelaar ter sprake, en in de Schrift wie onder menschen ontsliep of den dood eens tegengaat. Maar in het gesprek staat toch gemeenlijk meer de mensch in de Schrift meer de Christus Gods op den voorgrond. Misschien zou men zelfs nog scherper kunnen zeggen, dat aldus het grafschrift van de H. Schrift verschilt. Want wel is men onder Gereformeerden op den lijksteen sober, en in het gemeen onder de getrouwe belijders van den Heiland meer Schriftuurlijk. Maar als men den kring breeder trekt, en een studie maakt van de grafschriften op kerkhoven bij groote steden, dan is het opmerkelijk, hoe weinig daarin van den „Overwinnaar van dood en graf", en hoe schier eeniglijk daarin van den mensch, die heenging of van den mensch die achterbleef, Beide,

Schrift,

,

gebeiteld werd.

In het gesprek en op den lijksteen kan men, om slechts dit ééne te noemen, veilig zeggen, dat het aandoenlijk vraagstuk van het „weerzien" sterk op den voorgrond treedt, terwijl omgekeerd in de H. Schrift van dat „ weerzien " bijna niet gehandeld wordt. En aan dat „ weerzien " knoopen zich dan tal van andere vragen: Zouden onze ontslapenen van ons afweten? Zouden ze nog voor ons bidden ? Zouden ze er iets van merken als we hier op aarde met hen bezig zijn? Kunnen zij nog iets voor ons, kunnen wij nog iets voor hen doen? Of wel is de band, die ons eens saambond, doorgesneden, en hebben wij met hen, zij met ons niets meer van doen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 164

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's