Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 112
100
Een „worrnpje
Jacobs", wie dat is? Och, dat is elke man en elke vrouw, dat is elke jonge en oude van dagen, dat is elke vrije en dienstbare, die eerst zichzelf wou handhaven, en dacht „Zóó is het goed, Jezus de worm en ik de en over wie toen de Heilige G-eest is gekomen, om dat man'' booze hooge hart te kneuzen, te slaan, te breken tot het eindelijk zichzelf als een arm wormpke kennen leerde, en nu, zelf in het stof des doods nederliggend, het aan den eenig Dierbare gewonnen gaf en uitriep; „Ik, de worm door Grods genade, en hij, hij alleen :
;
;
DE Man."
XXVI.
„S$
ftrui^igöen ïjciil" En toen zij kwamen op de plaats, genaamd Hoofdschedelplaats, kruisigden zij hem aldaar. Luk. 23 33a. :
In het achtste regeeringsjaar van keizer Tiberius, tien jaren vóór Grolgotha, was er een Senaatsconsult uitgevaardigd, bepalende, dat allerwegen in het Roineinsche rijk al wie veroordeeld was tot den dood, nog tien dagen levens zou hebben, eer de doodstraf aan hem voltrokken werd. Doch er was bij bepaald, dat de rechter desvereischt ook de onmiddellijke executie kon gelasten, zoo hij te doen had met een die oproer had verwekt, of gevaarlijk scheen voor de publieke orde. Die laatste uitzondering is door Pilatus op Jezus toegepast. „Uitstel van executie" is aan Jezus niet gegund. Blijkbaar was Pilatus niet gerust. Hij duchtte een uitbreking van het fanatisme der Joden. En het is die angst van Pilatus, door de onrust van zijn consciëntie nog verergerd, die oorzaak werd, dat Jezus, na den gansenen nacht gewaakt te hebben, en reeds voor dag en dauw gevangen te zijn genomen, op eenmaal, zonder een oogenblik van verademing, heel zijn lijden doorworstelen moest, en eerst in zijn dood het einde van die worsteling bereikte. Toen hadden vier soldaten last gekregen, om, onder bevel van een officier, de kruisstraf aan Jezus te voltrekken; en het was deze officier met zijn vier onderhebbende manschappen, die Jezus uit Pilatus'
Wat
voor
handen overnamen. de
kruisiging noodig was, behoefde niet eerst aan-
maar lag gereed. De kruispaal, de spade, de spijkers, de touwen en de kanne gemyrrede wijn, en de kan met edik. En zoo ging het naar Grolgotha op weg. Spade en spijkers, vouw en kan droegen de soldaten, maar den kruispaal moest Jezus zelf dragen. geschaft,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's