Afgeperst - pagina 54
WAT
50
IN AZIË
BROEIT.
we op Java
de Oplossing van de ernstige moeilijkheid, waarvoor
stonden, verwezen naar Groen van Prinsterer's adagium ticuliere
school
:
„De par-
de Qouvernementsschool aanvulling".
regel,
kom hierop nader terug, thans stip Was de Minister dit nu niet met
dit
ik
mij
Ik
hoofdpunt slechts aan.
eens ?
Ongetwijfeld. Ziehier toch, hoe
zichten
hij
toen eerst), in de Eerste
Kamer
slotte,
uitliet.
op 30 December, (doch ook
Hij stelde zich toen,
zoo sprak
hij, „geheel, op dit standpunt, dat de bijzondere school als regel moet worden aangenomen, terwijl de openbare school aanvulling is. Ik heb gewezen, zoo ging hij voort, op gevallen, waarin het particulier initiatief groot, op andere gevallen waarin het zeer klein is. Doch aan den regel doet het niets af. Ik kan dus niet toegeven, dat '\kdit
gewichtig beginsel heb prijsgegeven".
edoch, niet was beslist, duidelijk, vriendelijk gezegd maar aan het adres van den heer Van Deventer. Ik daarentegen kreeg op 22 November over geheel hetzelfde thema iets gansch anders te hooren. Van het adagium van Groen van Prinsterer werd toen volstrekt niet gezegd, dat de Minister het met mij aanvaardde, doch alleen: „Ik moet bekennen dat deze leuze mij zeer sympathiek is". Hij zei er echter volstrekt niet bij: voor Indie. Maar wel kreeg ik te hooren, dat deze leuze „in Suriname zeer goed was Voor enkele streken in Indië, speciaal op de te aanvaarden". Dit
aan
.
Buitenbezittingen,
evenzeer.
.
„Maar, Mijnheer de Voorzitter, voor
Java, zoo ging de Minister voort, kan
Nu was
er
in
sprake geweest. Prof.
.
mij,
Snouck
mijn
desbetreffende
Dit kon niet anders,
Hurgronje
niet
anders
ik die leuze niet
toepassen".
rede uitsluitend van Java
omdat dan
in
de lezingen van
over Java gehandeld
was. Ik kreeg dus een volstrekt fin de non recevoir. Mijn vondst
maar voor Java was ze niets waard. Daar moest nu toe geschied was. daarmee nu het bescheid, op 30 December aan den
leek
prachtig,
men
blijven voortgaan, gelijk het tot
Vergelijk
Van Deventer gegeven, en men gevoelt de rechtdraadsche tegenstelling. Op 22 November is hem Groen's leuze op zichzelf wel sympathiek, maar in casu van nul en geener waarde, daarentegen op 30 December drukt ze o-^/zi'e/ zijn standpunt uit. Ware nu het bescheid, dat op 30 December loskwam, even beslist op 22 November gegeven, er zou natuurlijk geen different zijn opgedoken. Het zou al als van een leien dakje zijn gegleden. Maar tot zelfs in zijn eerste rede op 30 December nam de Minister nog zoo zonderheer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's