In Jezus ontslapen - pagina 110
,
100
waarvan men op aarde vooral in het Oosten gedroomd heeft, wordt hier heilige wezenlijkheid. Dit teeken van de Morgenster is een waarborg die de ziel inwendig onkwetsbaar maakt voor alle verleiding die nit het heidensche wezen in het eigen hart sloop. hij De Morgenster is niet maar een macht buiten hem, ontvangt, en hij bezit dan de Morgenster. Die Morgenster weert door haar gloed en glans allen terugkeer van nacht en duisternis af. Het blijft onder het stralen van de Morgenster, op zijn borst, eeuwige morgen in zijn hart. De duisternis heeft geen macht meer over hem de nacht kan hem niet meer genaken.
De
talisman
,
,
valschelijk
—
,
De Morgenster, die hem keer van zieledonkerheid af.
nimmer
verlaat, weert allen terug-
En zoo is dan de tegenstelling scherp geteekend. Hier op aarde de strijdende kerk, die worstelt onder het teeken van het Kruis; daarboven de triomfeerende kerk die zegepraalt onder het teehen van de Morgenster, beide én geestelijk én uitwendig verstaan. Hier op aarde in een etmaal het zoete licht der zon weer in de donkerheid van den nacht ondergaande, straks in het ryk der heerlijkheid nooit schemering of nacht meer, want het Lam zal onze kaars zijn, en de glans van den eeuwigen morgen ons eindeloos overstralen. Of zegt niet Openb. 22 5: En aldaar zal geen nacht meer zijn? En evenzoo geestelijk. Hier op aarde gelooven en leven en worstelen onder het teeken van het Kruis, en telkens weer de donkerheid der smart, de nacht van het lijden over ons komend. Nu vallen, dan weer opstaan. Door donkerheden heenwandelen en dan weer verkwikt worden door het licht van Gods vriendelijk :
,
aanschijn.
Maar straks, als de strijd volstreden en de overwinning behaald is, heeft dat uit. Dan zal het nooit meer nacht voor den overwinnaar z\jn, maar ook nooit meer de donkerheid van den nacht in zijn hart binnensluipen. Dan zal zijner de morgenster, en daarmee de zekerheid van het nooit ondergaande licht aan zijn zieleleven gewaarborgd zijn. Onze God eeuwiglijk de Vader der lichten en wij als kinderen des lichts zijn Troon omringend. Christus onze Morgenster, en elk onzer het teeken van de Morgenster dragend in het voor eeuwig van de zondemacht ,
verloste hart.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's