Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 130

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 130

3 minuten leestijd

118

'En als met een eed, als om het ongelooflijke waarachtig te maken, roept hij het hem toe: „Voorwaar, voorwaar zeg ik u, nog heden zijt ge met mij in het Paradijs." Nog niet in het rijk der heerlijkheid. Dat kan eerst na het oordeel uitbreken. Maar in het Paradijs, d. w. z. in den voorloopigen gelnkstaat, waarin de afgescheiden zielen den dag van J ezns' glorie verbeiden. In dat voorloopig, dat hemelsch Jeruzalem, dat eenmaal ten dage van Jezus' glorie uit den hemel op de aarde nederdaalt (Openb. 21 1). :

Zoo komt de mensch hier uit, om u in weerzin van hem af te wenden. Met al de pracht van de Eomeinsche uniformen, met al het vertoon van Eomes keurige rechtspraak, met al de gewijdheid van den getabberden priester, met al de kostelijkheid van Israëls hooge roeping, al wat ge hier het uwe kunt noemen, o, menschheid, zijt ge hier verachtelijk, aan uw adel ontzonken, laaghartig en boos. En daartegenover is die Jezus, dien gij uitwerpt, ook hier zoo groot. Niet voor het oog, want hij hangt aan het vloekhout. Tegenover uw tabbaarden en uniformen hangt hij daar naakt en uitgetogen. Gij zijt de machthebbende en de gevierde, en hij worstelt met den dood die reeds opwoelt in zijn aderen. Maar nochtans groot, groot ook in zijn hoog besef, dat hij het Paradijs heeft te vergeven, groot door de stille gelatenheid waarmee hij het verdraagt om met die misdadigers gerekend te worden, grooter nog door de ontferming zijner ziele, waarmee hij één dier misdadigers zegent, troost en begenadigt. En terwijl alzoo tegenover de donkere schaduw van menschelijke luchthartigheid de grootheid van ziel in uw Jezus afsteekt, zie nu, hoe hier niet minder op gansch wondere wijze uitblinkende is de alles te boven gaande macht des geloofs. Gre behoeft het niet wonderbaarder te maken dan het is. Er is geen reden om niet aan te nemen, dat die moordenaar aan het kruis reeds vroeger van Jezus gehoord had. Hij kan geweest zijn onder de vier duizend of onder de vijf duizend die Jezus aan het meer van Genesareth met het wondere brood gespijsd had. Zeer mogelijk, dat hij meer dan eens de zilveren taal van Jezus' lippen beluisterd, misschien ook zijn wondere genezingen aanschouwd had. Maar hoe dit ook zij, hij was daarna den boozen weg opgegaan. Hij had de paden niet van het licht, maar der duisternis gezocht. Hij had niet uit Jezus liefde, maar uit Satan moordzucht ingedronken. En ten leste was hij niet teruggedeinsd voor het vergïet< mi van 's menschen bloed. Sinds was hij in den kerker geworpen, en had niets gezien of gehoord, van wat met Jezus in Jeruzalem voorviel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 130

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's