Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 108
96 voor uw Heiland verzwaring van zijn smart. gaan ze kruisigen, en hij zal in het bangst gevoel van Godverlatenheid stervend bezwijken, maar dan zal het niet uit zijn. Zijn kruis zal een nasleep hebben. Na het kruisjaar, komt eer het een halve eeuw verder is, het jaar der verwoesting van Jeruzalem, en dan zullen de phiolen van Gods heilige wrake over de zondestad worden uitgegoten, dat het één kermen van doodsmart in al Jeruzalems straten zal worden.
Hier
is
Hem
Dat moest. Dat kon Het kruis moest er
niet uitblijven.
zijn, om de wereld te redden, maar het kruis kon er niet komen, of het moest zoo bitterlijk aan de zondestad, die het dorst oprichten, gewroken worden. Of hadden ze het niet God tergende op het marktplein uitgegïld „Zijn bloed kome over ons en onze kinderen!" Nu het zou dan ook over hen, én over htm kinderen, komen. En nu ziet Jezus die moeders daar staan, wier eigen kinderen dan mannen van dertig, veertig jaar zouden zijn, en die dan zoo :
en uitgemoord moeten worden. Al de wallen als bezaaid, en aan elk kruis een vloekende Jood, die hing weg te sterven, als spotbeeld van dat ééne kruis, waaraan Jeruzalem haar Koning gekruisigd had. En dat doorleeft Jezus, terwijl hij zelf naar zijn kruis gaat. Die vrouwen die om hem weenen, maken dat het rauwe beeld van dien schriklijken jammer voor zijn geest opkomt. Jezus voelt dat hij wel niet de oorzaak, maar dan toch de tusschenschakel is, waardoor dat vreeslijke lijden over Jeruzalem schriklijk gemarteld
van Jeruzalem
komen
met kruisen
zal.
En
moest het dan niet zijn eigen lijden verzwaren, het lijden van hem, die zoo roerend betuigd had „Jeruzalem, Jeruzalem, hoe menigmaal heb ik u willen bij eenvergaderen gelijk een klokhen haar kiekens onder haar vleugelen saamlokt, maar gij hebt niet gewild. Zoo worde dan uw huis u woest gelaten!" :
En
nu, doet niet meer dan één in de Lijdensweken nog evenzoo de vrouwen deden? Ze volgen Jezus op zijn somberen lijdensweg, stap voor stap. Nu niet met statiën, en bij elke statie een tafereel uit Jezus' lijden op hout geschilderd. Maar dan toch met statiën in de verbeelding. En zoo maken ze weer heel het lijden van den Heiland mee, tot eindelijk Paschen komt, en de toon des geklags in den
als
jubel van verlossing overgaat. Maar wat baat het, zoo dit bij een naspeuren van Jezus' lijden met het weeke gevoelsoog blijft, en het oog der ziel inmiddels niet den Gezalfde Gods in hem ontwaart, en de gevoelige man of
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's