Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 153

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 153

3 minuten leestijd

141

Hoe zou onze ziel één en al gehoor zijn geweest, als we o, zelven het eens van zijn lippen hadden mogen hooren, hoe hij heel de Schrift des Ouden Verbonds doorliep, om het uit de boeken van Mozes en al de profetische geschriften te betuigen, „dat de Zoon des mensehen alzoo lijden moest om eerst door dat lijden in zijn heerlijkheid in te gaan." Hoe voelt elk onzer, dat de Heere ons zijn heiligen Messiasnaam in tal van woorden en beelden en feiten zou getoond hebben, waar bij het lezen der Heilige Schrift van het Oud Yerbond wij nauwelijks vermoeden van hebben. En als dan de symbolische overdrijvers ons ter aanvulling van die leemte hun inzichten in het Oud Yerbond aanpreeken, dan voldoet dat toch niet. Dat leeft niet. Dat tintelt niet. Daar trilt geen heilige bezieling in. Daarin zien we het Messias-leven niet van onzen Heere. Stille lezing van het Oud Yerbond spreekt dan de ziel nog beter toe, en als ge zoo in de Klaar/liederen Gods profeet van Jeruzalem hoort klagen: „O, gij, die op den weg voorbijgaat, aanschouwt of er een smart e is gelijk mijne smarte!" dan hoort elk kind van God daarin een profetie van de klacht die op Golgotha viel te beluisteren, en is het hem, of zijn stervende Heiland het ook hem uit Gethsémané en van het kruishout toeroept: „o, Gij allen die op den weg voorbijgaat, aanschouwt en ziet of ooit een smarte geleden is, als ik leed; ooit een lijden als mij is aangedaan?" Jeruzalem, Sion, die tempel op Sion, en al wat in dien tempel blonk en schitterde, het had alles het beeld van Messias gedragen. En daarom toen Jeruzalem inzonk, en daalde en wegzonk, toen hebben die steenen het niet gevoeld en heeft dat voorhangsel het niet gevoeld, maar toen heeft de Heilige Greest er den profeet van laten profeteeren, hoe die weeklagen en doodsklagen van het stervend Sion slechts voorspel van de schriklijke vervaarnis waren, die eens Messias in zijn lijden zou bevangen.

De

val,

de daling, de inzinking en wegzinking was zoo ontzettend

Een door God verkoren had

doen

wonen.

Zijn

De

plek waar Hij zijn heerlijk h ei woning waaruit de reuke der heilig aangezicht. En dan zulk een

plek.

lieflijke

offeranden opsteeg voor zijn stad vertreden door godloochenaars, en door de goddeloozen bespuwd en uitgebrand. En ten leste de woeste heidenen staande op den top van den berg des Heeren, om het uit te gillen en uit te krijschen: „Jehovah is overwonnen, zijn huis ligt verbrand!" Vandaar dat de profeet dan ook klaagt: „Hoe wonderbaarlijk ia Sion o ml(Kiif gedaald" Gedaald, neen dat

is

het woord

nog

niet;

maar omlaag gedaald

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 153

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's