Afgeperst - pagina 114
110
BIJLAGEN.
dat die daarna teweegbrengen, dat de verliefden elkaar weer te teeder-
der omhelzen.
Nu
—
Zaken mij daarvan ben weer schrikkelijk ondankbaar behandeld. Want hij heeft Herlees gezegd ik dacht zoo slecht van hem en van zijn collega's. nu wat ik gisteren gesproken heb en wat blijkt daaruit? Dat ik juist mij begeven heb in een uitvoerig betoog om het Kabinet juist te verdedigen op het punt van de sociale quaestie en om te weerspreken en tegen te gaan de valsche voorstelling die hier en daar rondloopt, alsof ik
heeft de Minister van Binnenlandsche
—
overtuigd :
het Kabinet in de sociale quaestie vervallen Ik
heb het
in
het
was
in Staatssocialisme.
Kabinet geloofd en geprezen, dat het de sociale
maar dat het ook de Zedeweten door te zetten. Ik heb eergisteren van het Kabinet werk gemaakt zooals ik vroeger nooit gedaan heb. Ik heb niets anders dan lof voor het Kabinet over gehad. Slechts heb ik mij veroorloofd op enkele details woorden van critiek te laten hooren. En nu vraag ik: hoe is het nu toch gekomen, dat, waar ik nooit zoo sterk als juist eergisteren in een uitvoerig betoog de verdediging van de uitnemendheid van het Kabinet op mij nam, men juist nu zegt gij denkt van ons te slecht. Moet er dan nog meer prijs bij ? Verlangt de heer Minister dat ik hier een volgend jaar een panegyriek ga houden ? Want er is stof genoeg voor in de personen en in het optreden van quaestie
niet
uitsluitend materieel opvatte,
heeft
lijkheidswet
:
—
de Ministers. Het heeft mij zeer veel genoegen gedaan, dat Zijn Excellentie de Minister van Koloniën de beantwoording van de door mij ingediende waar ook geen reden voor bestond klacht in zake het persoonlijk feit niet aan den President-Minister heefi overgelaten, maar zelf op zich
—
—
genomen, en ik kan niet anders zeggen of de door hem gesproken woorden waren zooals ik ze van hem verwacht had. Ik heb daaruit de overtuiging gekregen, dat er metterdaad aan zijn zijde geen kwaad in heeft
het spel was.
Natuurlijk ga ik niet in op de bespreking van gisteren ook al gevraagd.
Men zou
De Standaard.
Dat
is
werkelijk zijn betrekking als hoofd-
men hier in de Kamer elk oogengeroepen werd te verdedigen alles wat in De S/a/?cfaörcf staat. Alleen op één punt wil ik wel antwoorden. Er is gezegd, dat de redactie van De Standaard zich vergist had in de feiten, en dat daarin onjuist was behandeld iets wat in 1910 is geschied alsof het gebeurd ware in 1909. Dit kan zeer goed zijn, en wanneer ik daarvan blijk ontvang, heb ik relaties genoeg met De Standaard om de redactie te verzoeken daar een redacteur moeten neerleggen, wanneer blik
correctie
op
Maar nu
te willen leveren.
de hoofdzaak deze, en dit is iets waarover ik toch iets Het woord „misverstand" is een pre//)' ré/ü^e voor allerlei onaangename dingen en daarom vind ik het woord „misverstand" een Maar dan moet toch wel kostelijk woord, om den vrede te herstellen. in het oog gehouden worden, dat dan dit misverstand niet alleen lusschen de nu twee debatteerende partijen heeft bestaan, maar dat het bestaan heeft bij de geheele Kamer en bij het geheele publiek daarbuiten, want blijft
zeggen moet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's