In Jezus ontslapen - pagina 63
53 opmerkelijks in, we halen onze dooden voor ons, niet ze nu zijn, doch zooals ze vóór hun sterven waren. D. w. z. niet als geesten maar in hun zichtbare waarneembare gestalte. Vandaar het prijs stellen op de beeltenis onzer dooden. Vlak na het sterven is daar geen behoefte aan. Dan is het gevoelsleven op het hoogst geprikkeld, en werkt de voorstelling zóó helder, dat de herinnering zonder beeld volkomen volstaat. Maar als er weken en maanden over heen zijn gegaan, en velerlei bezigheid ons belet de >aandacht gedurig zoo scherp en zoo sterk op die één e herinnering saam te trekken, dan wordt ons die eens zoo heldere en klare voorstelling bewasemd en is de beeltenis welkom. En aan die beeltenis, en aan die voorstelling van de waarneembare gestalte blijven we dan hechten, ook al geven we er ons ten volle rekenschap van, dat onze dooden zoo niet meer dat ze het stoffelijke kleed hebben afgelegd, en nu zijn, lichaamloos, en alzoo onwaarneembaar voor het oog, in ééne ligt
iets
gelijk
,
,
der vele woningen
bij
Wel pogen we
in
God
verkeeren.
onze voorstelling het beeld dat uit de herinnering opkomt, te veredelen iets wat schilders en teekenaars soms symbolisch uitdrukken, door het hoofd met een stralenkrans te omgeven; maar ook zoo blijft het dan toch de zichtbare verschijning, en aan onze dooden als aan geesten denken, ,
kunnen we
schier nooit. Zelfs de engelen, die enkel geest zijn, verschenen in zichtbaren vorm als ze zich openbaren wilden, sprekende gelijk wij onder malkander spreken. En ook waar bijgeloof schimmen of booze
geesten meende te ontwaren, verscheen voor de verwarde verbeelding altoos iets wel vaags en grauws, maar dan toch een iets met zekeren omtrek en zekere tinten. Alleen van de geesten die de bezetenen ten onder hielden, staat dat ze hun slachtoffers „ scheurden " en „in het vuur wierpen" zonder dat de omstanders van die geesten zelven eenigen vorm of eenige gestalte ontwaarden. Doch ook in dit geval was het dan toch een werking, die werd waargenomen aan een zichtbaar persoon, en die uitkwam in tastbare daden. Een geest op zichzelf daarentegen, zonder een gestalte waarin zonder een gedaante waarin hij optreedt en zonder hij zich hult een tastbare werking waarin zich zijn kracht uit, valt buiten onze gewone bevatting. Daar kunnen we over spreken, zoo iets kan in de idee voor ons bestaan maar iverlcelijkheid wordt het voor ons niet. ,
,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's