Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 197
185
XLIX. ,3Ie5u£
öarg öetaorben." Van een zooveel beter verbond is Jezus borg geworden. Hebr. 7 22. :
Het is er wel uitgepreekt, en ten slotte bespot zelfs en beschimpt, dat Jezus onze borg zou zijn maar desniettemin blijft de gemeente er aan vasthouden, en hield de hooge poëzie er aan vast, toen Da Costa van zijn Goei zong, en houdt nog steeds elke verloste en toch weer verontruste ziel er aan vast, als ze het vertrouwen herwinnen mocht, ziende op haar Borg. Een borg, die niet mogelijk betalen zal, maar die tot den laatsten penning voor ons betaald heeft, is voor een iegelijk die ooit geldelijke moeilijkheid heeft gekend, en er in zat en geen uitweg vond, de rijkste gedachte van redding uit angst en zielsbenauwdheid. Daar weet niet van wie steeds vlot betalen kon en nog overhield, en nooit door angstgevoel voor schuld zijn eer heeft voelen vergaan. Maar dat verstaat wel de kleine man, die gedurig in de klem zit, die telkens zijn laatsten penning uitgaf zonder nog te weten van waar hem nieuwe penningen zouden toekomen. Als het krap aan is in het huishouden en in de zaken, en de uitgave klimt en wat inkomt zich niet uitzet. Dan is er geen ruste bij dag, en in het nachtelijk uur vervolgen u de angsten. En gaat het er dan overheen, zoodat er niet alleen niets is om uit te geven, maar van achteren schuld komt opduiken, en die schuld aangroeit, en geen keer in de zaken verlossing brengt, dan voelt een eerlijk man banden om de keel nijpen; dan wordt het hem ten leste als banden der helle die hem verschrikken. En komt er dan één, die grif en rijk betalen kan, en die hem zegt „Staak uw angsten, ik zal borg voor u zijn; hebt ge aan het eind van de week nog geen kasruimte, dan zal ik voor u betalen, en terug te betalen hoeft mij nooit," gij dan leeft de benauwde ziel op; opeens waren dan de strikken des doods ontbonden. En als de week omloopt, en de borg heeft betaald, en hij krijgt het bewijs van de gekweten schuld thuis, dan springt zijn hart van vreugde in zijn ziel op, dan jubelt hij het uit van genot en blijdschap, en loopt de mond bij vriend en maag hein over, om de goedheid, om de goedgun si igheid van zijn borg te loven, die de donkerheid zijner ziel in licht verkeerde, en hem uit den ondersten kuil optrok. Vandaar dan ook dat juist die klasse van het volk, die zulke, toestanden in aardschen nood doorleefd heeft, zooveel meer dan ;
:
—
de meer gegoeden gehecht is.
aan
dat
loven
van
Jezus
als
GroëJ
en Borg
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's