Afgeperst - pagina 41
HET GELE GEVAAR. Maar
37
telegrammen bleek dan ook de absolute onjuistheid van wat de heer Van Hoogstraten beweerd had. De Minister mocht dit niet laten passeeren. Zijn beweren was geheel onjuist. Hij gaf toe dat er nog altoos een regeling
dank
betuigen.
te
uit die
was, maar zoo oordeelde de Minister, als die er niet was „zou het wanrschijnijk nog minder in den smaak van den heer Van ,
Hoogstraten vallen".
En
hiermee was
zelfs
't
nog
Aldus
niet uit.
ik van deze plaats er nog Chineesche element een element is, dat
toch besloot de Minister: „En nu wil
aan toevoegen,
genoeg hiermede te niet
is
dat te
het
En toen kwam
waardeeren" ...
het: „Ik
hoop
hebben gedaan den verkeerden indruk dien ik redevoering, die de geachte afgevaardigde van vreezen dat de zou Utrecht
niet te
mijn leedwezen heeft meenen
tot
zou hebben teweeggebracht". Dit laatste moest, gelijk
de
heer
Van
men
Hoogstraten
te
moeten Iiouden,
in Indie
{Hand., pag. 706).
een
ziet,
de voorstelling geven, alsof
redevoering uitsluitend over de
Chineezen had gehouden wat niet zoo was. De redevoering van den heer Van Hoogstraten beslaat in de Handelingen 283 regels, en van deze bijna 300 regels waren slechts 69 aan de Chineesche De vijf overige onderwerpen die de heer Van quaestie gewijd. ;
behandelde, gaf ik boven reeds aan. Vooral zijn voor den Gouverneur-Generaal was sympathiek. Doch alles werd met één pennestreek als 't ware geschrapt en nu scheen
Hoogstraten pleidooi dit
het alsof alleen de Chineezen het gelag
hadden betaald.
De
heer
Van Hoogstraten had geargumenteerd in het ministerieel tegenvertoog was als bespreking van zijn argumenten niet anders dan de opstand in Montrado aan het woord gekomen en voorts kreeg ;
;
men niets dan verzekeringen, zonder eenige argumentatie, omtrent het onderdaanschap der Chineezen, zelfs verzekeringen dat ze nog meer vrijheid moeten erlangen. Met name over het hoofdargument vernam men geen woord. De Chineezen teerden op den inlander en
verrijkten zich te zijnen koste,
had de heer Van Hoogstraten dit weersproken, zoo-
geklaagd,
en met geen syllabe zelfs werd
dat
neerkwam op de
alles
vier
malen
herhaalde
verzekering,
zulke Chineezen zulke voortreffelijke, en dit werd telkens gezegd uitnemende onderdanen waren zonder een zweem van reserve. Een overvloedigheid van lof, die ik te minder begreep, omdat volgens den Minister zelf, de Regeering nog altoos zekere beperking in de vrijheid van dat
zulke
de
beste,
;
hun beweging
in
stand houdt.
Men
hield ze dus
nog
in het
oog.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's